Eerste lid
Door de beschikbaarheid over eigen machines kan een deel van de maatregelen in eigen beheer door de agrariër uitgevoerd worden. In die situatie is het logisch dat de arbeidskosten van de agrariër in principe voor vergoeding in aanmerking komen. Een subsidiabel uurtarief van € 35,- voor agrarisch werk is algemeen gebruikelijk. Bij het subsidiepercentage van 40% is de vergoeding € 14,- per uur.
Tweede lid
Veel agrarische bedrijven hebben een eigen graafmachine. Bij een groot gedeelte van de subsidiabele werkzaamheden is het gebruik van een graafmachine noodzakelijk. Een agrarisch bedrijf kan dan bij zelfwerkzaamheid er voor kiezen om een eigen graafmachine in te zetten. De subsidie is dan alleen bestemd voor de uren dat graafwerkzaamheden verricht worden. Een subsidiabele toeslag op het uurtarief van € 25,- is algemeen gebruikelijk. Bij het subsidiepercentage van 40% is de vergoeding van € 10,- per ingezet uur.
Derde en vierde lid
Vooraf moet het college kunnen vaststellen of het begrote aantal uren in een redelijke verhouding tot de werkzaamheden staat. Daarom moet de eigen urenbegroting onderdeel zijn van de aanvraag om subsidie. Bij de beoordeling van de erfscan vindt door het college ook de vaststelling van het maximaal aantal te vergoeden uren plaats.
Voor de uren zelfwerkzaamheid is gekozen voor de juridische fictie dat deze uren ook daadwerkelijk nodig zijn om de maatregelen te treffen. Meer- en minderwerk behoren hierbij dan tot het bedrijfsrisico van de agrariër. Met dit uitgangspunt wordt voorkomen dat achteraf een discussie plaatsvindt over het aantal verrichte uren. Dit is voor het college achteraf nauwelijks vast te stellen.
Paragraaf 3
Artikel 11
Eigen werkzaamheid
Onderdeel van Verordening subsidie beperken gevolgen erfafspoeling 2015-2016