**1..** Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep
loonkostensubsidie.
**2..** Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht:
een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven
in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de
Participatiewet;
die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het
wettelijk minimumloon te verdienen, en
die persoon heeft mogelijkheden tot
arbeidsparticipatie.
**3..** Het college gebruikt de in de bijlage omschreven wijze om de
loonwaarde van een persoon vast te stellen.
**4..** Een arbeidsdeskundige adviseert met behulp van de Dariuz-methodiek
het college met betrekking tot de vaststelling van de loonwaarde van
een persoon. De arbeidsdeskundige neemt daarbij de in de bijlage
omschreven methode in acht.
**5..** Vanaf het moment dat een persoon voor wie het college
loonkostensubsidie aan een werkgever toekent ziek wordt, en
de werkgever een uitkering op grond van de no-risk polis
zoals bedoeld in artikel 16 van deze verordening ontvangt,
wordt het recht op loonkostensubsidie opgeschort voor de
duur van de uitkering van de no-risk polis.
Teveel betaalde loonkostensubsidie wordt aan het einde van
de arbeidsovereenkomst vastgesteld en dit wordt terugbetaald
door de werkgever aan gemeente.
**6..** Het recht op loonkostensubsidie vervalt indien de werkgever geen
salaris voor de persoon die behoort tot de doelgroep is
verschuldigd.