De beoordeling van een ambtenaar betreft de wijze waarop deze zijn funktie gedurende het beoordelingstijdvak heeft vervuld, met inbegrip van zijn gedragingen in dat tijdvak tijdens de uitoefening van die funktie. Zij geschiedt met inachtneming van de aan een doelmatige funktievervulling redelijkerwijs te stellen eisen.