Naar hoofdinhoud
1.. Het hoofd van dienst stelt de beoordeling binnen 3 weken nadat het beoordelingsgesprek heeft plaatsgevonden vast. 2.. Indien het hoofd van dienst van oordeel is, dat de beoordeling niet strookt met hem bekende feiten of omstandigheden, bespreekt hij de beoordeling met de beoordelaars, de beoordeelde en de beoordelingsadviseur. Het hoofd van dienst stelt vervolgens de beoordeling al dan niet gewijzigd vast. 3.. Het hoofd van dienst kan, dit ter beoordeling van burgemeester en wethouders, zijn bevoegdheid tot vaststelling van beoordelingen schriftelijk overdragen aan de rechtstreeks onder hem ressorterende hoofden.

Rechtspraak bij dit artikel