**1..** Subsidie wordt slechts verstrekt indien:
De Europese, rijks- of provinciale gelden die op het
moment van de vaststelling van de gemeentebegroting als
bijdrage in de kosten van uitvoering van het beleid
verwacht mochten worden ook daadwerkelijk worden
verkregen.
De instelling kan aantonen dat er behoefte is aan de
door de instelling georganiseerde dan wel voorgenomen
activiteiten. Met betrekking tot deze voorwaarden kan
door het college ontheffing worden verleend ten aanzien
van incidentele subsidies.
**2..** Subsidieverlening kan, naast op de in artikel 4:35 van de wet
genoemde gronden, geweigerd worden als er gegronde redenen
bestaan om aan te nemen dat:
De activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen
zijn op de uitvoering van het gemeentelijke beleid en
niet aanwijsbaar ten goede zullen komen aan de
ingezetenen van de gemeente.
De instelling niet of niet tijdig alle wettelijk
voorgeschreven dan wel door de subsidieverstrekker
gevraagde informatie verstrekt die naar het oordeel van
de subsidieverstrekker nodig is voor de beoordeling van
het subsidieverzoek.
**3..** De structurele subsidieverstrekking aan een instelling kan op
grond van algemene financiële of beleidsinhoudelijke
overwegingen worden beëindigd of verminderd op grond van een
door het college te nemen besluit bij vaststelling van het
subsidieprogramma.
**4..** Het college stelt de instelling schriftelijk in kennis van het
voornemen zoals genoemd in artikel 7, derde lid, tenminste zes
maanden voorafgaand aan het jaar waarop de beschikking
betrekking heeft.
**5..** De subsidieverstrekking aan een instelling wordt in ieder geval
beëindigd wanneer:
De instelling bij rechterlijk vonnis wordt
ontbonden.
Bij de instelling conservatoir beslag is gelegd op het
vermogen of een deel ervan.
Aan de instelling surséance van betaling is
verleend.
Het faillissement over de instelling is
uitgesproken.