Het college stelt, na het door de raad vaststellen van de
begroting, de subsidieplafonds vast conform afdeling 4.2.2
van de wet.
Het college kan de in artikel 8, eerste lid, genoemde
subsidieplafonds wijzigen indien voor de desbetreffende
begrotingspost of het voor het desbetreffende beleidsterrein
ofdeelterrein beschikbare budget:
a. Tussentijds wordt verhoogd.
b. Tussentijds wordt verlaagd.
Het college maakt jaarlijks, in het kader van de
voorbereiding van de begrotingsbehandelingen, zo mogelijk
voor 1 mei voorafgaand aan het jaar waarop de
subsidieaanvragen betrekking hebben, het op de
subsidieverstrekking te hanteren indexpercentage bekend aan
de professionele instellingen en de daaruit voortvloeiende
maximaal te verstrekken subsidies. Een en ander onder
begrotingsvoorbehoud en voorbehoud betreffende de
vaststelling van de subsidieplafonds door de raad.
Deze, onder begrotingsvoorbehoud, maximaal te verstrekken
subsidies gaan uit van:
Het door de raad vastgestelde beleid over het
komende jaar of de komende jaren.
De activiteitenplannen van de instellingen die
betrekking hebben op de lopende subsidieperiode en
de daarop gebaseerde begrotingen.
De in de meerjarenbegroting opgenomen financiële
middelen per beleidsterrein.
De instellingen dienen de inhoud van hun activiteitenplan en
het daaruit voortvloeiende subsidiebedrag af te stemmen op
het gestelde in artikel 8, derde lid.
Indien niet aan deze voorwaarden wordt voldaan is artikel
13, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
§ A.
Artikel 8.
Vaststelling subsidieplafonds
Onderdeel van Algemene subsidieverordening Vlissingen 2008