1.. Een spreker mag niet in zijn betoog worden gestoord, tenzij

  • - de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren;
  • - een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.

2.. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en -indien na heropening de orde opnieuw wordt verstoord- de vergadering sluiten.