1.. Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning, ex artikel 8 intrekken indien:

  • - de standplaats niet binnen een termijn van vier weken na de afgifte van de vergunning wordt ingenomen;
  • - de standplaatsvergunning is verstrekt op basis van gegevens waarvan de aanvrager wist of kon vermoeden dat deze onjuist of onvolledig waren.

2.. De vergunning als bedoeld in artikel 8 van deze verordening, kan voorts worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

3.. Voordat toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.