Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Beoordelingsgesprek

Onderdeel van Reglement functioneren en beoordelen 2010

1.. Jaarlijks vindt een beoordelingsgesprek plaats tussen leidinggevende en medewerker over het tijdvak zoals afgesproken in het functioneringsgesprek. Het beoordelingsgesprek bestaat uit twee delen: a. de evaluatie van de ontwikkelactiviteiten in het kader van het eerder gevoerde functioneringsgesprek en b. de formele beoordeling van de medewerker over het afgelopen tijdvak. 2.. De evaluatie van de ontwikkelactiviteiten over de afgelopen periode gaat vooraf aan de formele beoordeling in dit gesprek. 3.. Voorafgaande aan het opmaken van de concept beoordeling kan op verzoek van zowel de beoordeelde als de beoordelaar, informatie met betrekking tot het functioneren van de beoordeelde worden gevraagd aan een of meer informanten. De beoordeelde dan wel beoordelaar dienen elkaar tijdig vooraf te informeren met betrekking tot het inschakelen van een informant. 4.. De conceptbeoordeling wordt voor aanvang van het beoordelingsgesprek opgesteld door de direct leidinggevende. Deze conceptbeoordeling wordt ter voorbereiding op het gesprek aan de medewerker ter beschikking gesteld minimaal een week voordat het gesprek plaats vindt. 5.. De conceptbeoordeling wordt uiterlijk binnen 2 weken na het opstellen ervan door de beoordelaar besproken met en toegelicht aan de beoordeelde tijdens het beoordelingsgesprek. Tijdens het gesprek wordt in ieder geval de beoordeelde in de gelegenheid gesteld om mondeling zijn zienswijze over de concept beoordeling te geven. 6.. Op verzoek van de beoordelaar of beoordeelde kan de P&O-adviseur bij het beoordelingsgesprek aanwezig zijn. Dit is echter niet standaard. De boordelaar of beoordeelde dient voorafgaand aan het gesprek hierover te zijn geïnformeerd. 7.. De concept beoordeling kan tijdens of na het beoordelingsgesprek worden aangepast. Het is ook mogelijk dat een eventueel rechtspositioneel gevolg van de beoordeling nog in positieve zin door de beoordelaar worden aangepast, indien er tijdens het gesprek factoren aan de orde zijn geweest die het functioneren van beoordeelde gedurende het tijdvak hebben beïnvloed. 8.. Het beoordelingstijdvak strekt niet uit over een periode waarover reeds een beoordeling is opgemaakt. 9.. Van het gesprek tussen de beoordelaar en de informant wordt een verslag gemaakt en ter kennis gebracht aan de beoordeelde. Voor de verslaglegging is een format beschikbaar, het beoordelingsformulier. 10.. De beoordeelde ondertekent binnen twee weken na ontvangst van de beoordeling naar aanleiding van het beoordelingsgesprek de beoordeling ter kennisneming. De beoordelaar geeft daarbij schriftelijk gemotiveerd aan of na afloop van het beoordelingsgesprek nog een aanpassing als genoemd in lid 7 van dit artikel heeft plaatsgevonden. 11.. De beoordeelde kan gedurende de in lid 5 van dit artikel genoemde termijn van veertien dagen schriftelijk aangeven of hij met de beoordeling wel of niet akkoord gaat onder vermelding van de redenen. 12.. In aanvulling van het bepaalde in lid 1 van dit artikel, vindt in ieder geval een beoordeling plaats bij: het aflopen van de aanstelling bij wijze van proef; het voornemen tot een bevordering naar een hogere functieschaal; het voornemen tot het toekennen van een of meer (extra) periodieken; het voornemen tot onthouding van een periodiek; het ondergaan van een ingrijpende wijziging van de functie van de medewerker, dan wel het belasten van de medewerker met een nieuwe functie; het verzoek van de medewerker bij de leidinggevende hierom mondeling of schriftelijk met redenen omkleed; het verzoek van de leidinggevende van de medewerker hierom mondeling of schriftelijk met redenen omkleed verzoekt bij de gemeentesecretaris/algemeen directeur; 13.. In geval van beoordeling van een teamleider treedt de afdelingsmanager op als beoordelaar. Dit is ook het geval bij de beoordeling van een medewerker die geen teamleider als direct-leidinggevende boven zich kent. 14.. In geval van beoordeling van een afdelingsmanager treedt de gemeentesecretaris/algemeen directeur op als beoordelaar. 15.. In geval van beoordeling van de gemeentesecretaris/algemeen directeur treedt de portefeuillehouder P&O op als beoordelaar. De portefeuillehouder P&O maakt daarbij gebruik van informanten zoals bijvoorbeeld de raad, fractievoorzitters, wethouders, MT en OR.

Rechtspraak bij dit artikel