Wanneer voor de medewerker een hogere salarisschaal gaat gelden, dan wordt het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op een bedrag, gelegen onmiddellijk boven het bedrag, dat de medewerker volgens de oude schaal ontving. Als deze nieuwe inschaling tegelijkertijd plaatsvindt met een periodieke verhoging, dan vindt eerst de nieuwe inschaling plaats en daarna wordt de periodieke verhoging toegepast.
Bij toepassing van het eerste lid, eerste volzin, wordt het nieuwe salaris met één periodiek verhoogd, als het salaris in de nieuwe schaal een groei van minder dan 75% bedraagt van het salarisverschil, tussen het oude salaris en een periodieke verhoging binnen die schaal.
Voor de medewerker die het maximum van de oude schaal reeds had bereikt, moet de groei minimaal 75% van het salarisverschil bedragen, dat de medewerker met de laatste periodieke verhoging in de oude schaal heeft gekregen.