**1..** Het algemeen bestuur bestaat uit evenveel leden als het aantal gemeenten. Iedere gemeentewordt door één lid vertegenwoordigd.
**2..** Elk college wijst dit lid uit zijn midden aan, zo spoedig mogelijk na de benoeming van dewethouders na de verkiezing van de leden van de raad.
**3..** Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op de dag waarop de wethouders van degemeente aftreden, als bedoeld in artikel 42 van de Gemeentewet.
**4..** Als een lid van het algemeen bestuur ophoudt lid van het college te zijn, eindigt ook zijnlidmaatschap van het algemeen bestuur. Het college voorziet zo spoedig mogelijk in devacature en deelt de voorzitter dit binnen één week mee.
**5..** Het college kan een door hem aangewezen lid ontslaan als dit zijn vertrouwen niet meer heeft, nadat dit lid zich heeft kunnen verantwoorden. De artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet zijn dan van toepassing.
**6..** Het college waarvan het algemeen bestuur een lid aanwijst als lid van het dagelijks bestuurheeft het recht een tweede lid van het algemeen bestuur aan te wijzen. Het bepaalde in deleden 3 tot en met 5 van dit artikel is van toepassing op deze leden.
**7..** Wanneer het in lid 6 genoemde eerst aangewezen lid geen deel meer uitmaakt van hetdagelijks bestuur, vervalt het recht van het college om een tweede lid in het algemeen bestuuraan te wijzen.
**8..** Het algemeen bestuur kan zich laten bijstaan door een of meer adviseurs.
Hoofdstuk 3
Artikel 5