**1..** Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden de voorzitter en tenminste drie andere leden vanhet dagelijks bestuur aan. De voordracht van deze leden gebeurt:
voor een lid: door de gezamenlijke leden in het algemeen bestuur van de gemeenten metmeer dan 100.000 inwoners;
voor een lid: door de gezamenlijke leden in het algemeen bestuur van de gemeenten met 40.000 tot 100.000 inwoners;
voor twee leden: door de gezamenlijke leden in het algemeen bestuur van gemeenten met minder dan 40.000 inwoners.
**2..** Het dagelijks bestuur bestaat naast de leden genoemd in lid 1 van dit artikel uit twee leden diehet algemeen bestuur aanwijst op grond van hun deskundigheid op het terrein van de publiekegezondheidszorg en/of financiën en bedrijfsvoering. Deze twee leden zijn geen lid van hetalgemeen bestuur of het bestuur van een gemeente en kunnen, als het algemeen bestuurdaartoe besluit, een vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in dekosten ontvangen.
**3..** Het algemeen bestuur kan besluiten een lid van het dagelijks bestuur ontslag te verlenen als ditlid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
**4..** Hij die ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt ook op lid van het dagelijks bestuurte zijn.
**5..** Als tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur beschikbaar komt, kiest het algemeenbestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid.
**6..** Onverminderd het bepaalde in lid 3 van dit artikel en van lid 4 van artikel 5 blijft hij die geenlid meer is van het dagelijks bestuur zijn zetel waarnemen totdat zijn opvolger die heeftaanvaard.
**7..** Het dagelijks bestuur kan zich laten bijstaan door een of meer adviseurs.
Hoofdstuk 3
Artikel 6