Bij formatiereductie in geval van voortgezette functies, die als
onderling uitwisselbaar kunnen worden aangemerkt, gelden bij het
aanwijzen van de plaatsingskandidaten de criteria op basis van
het afspiegelingsbeginsel in combinatie met het
anciënniteitbeginsel, zoals omschreven in het vierde lid van dit
artikel.
Het college stelt in iedere reorganisatie een objectiveerbare
peildatum vast waarop het voor formatiereductie in aanmerking
komende personeelsbestand wordt vastgesteld.
Ten aanzien van het afspiegelings- en anciënniteitbeginsel
worden artikel 4.2, lid 1 en 2 van het Ontslagbesluit en de
hierop van toepassing zijnde beleidsregels van het UWV
WERKbedrijf overeenkomstig toegepast.
Van dit artikel kan worden afgeweken indien dit naar het oordeel
van partijen noodzakelijk is en met instemming van het GO.
Hoofdstuk 2
Artikel 7
Formatiereductie bij voortgezette functies
Onderdeel van Sociaal Statuut gemeente Haarlem 2011