Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.4

Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp De Bilt 2015

Als de gemeente een PGB verstrekt dan betekent dit dat de gemeente via trekkingsrecht een geldbedrag aan de inwoner ter beschikking stelt. Hiermee kan de inwoner zelf de benodigde voorziening inkopen. Het PGB kan alleen bij individuele voorzieningen worden toegekend en dus niet bij overige voorzieningen. PGB voor jeugd en volwassenen, op basis van de nieuwe PGB-bepalingen in de herziene Jeugdwet en Wmo, sluiten zo veel mogelijk op elkaar aan in verband met rechtsgelijkheid. 1. Trekkingsrecht Jeugdigen of ouders ontvangen het PGB van de SVB. Dit noemen we het zogenaamde trekkingsrecht. Met het trekkingsrecht krijgt de inwoner het PGB niet meer uitgekeerd, maar krijgt hij of zij een tegoed waarmee hij/zij de rekening van de jeugdhulpaanbieder laat uitbetalen. Met dit landelijk opgelegde systeem wordt PGB-fraude voorkomen en wordt de administratieve last voor de budgethouder verlicht. De SVB geeft eventuele betalingsgegevens aan dienstverleners door aan de belastingdienst. 2. Welke ondersteuning kan met een PGB worden ingekocht? In principe kunnen jeugdigen of ouders voor alle individuele voorzieningen op het gebied van jeugdhulp kiezen om deze in natura of via een PGB te verkrijgen. Een jeugdige of ouder die met een PGB de ondersteuning zelf organiseert kan deze ondersteuning afnemen binnen het sociale netwerk (bijvoorbeeld een familielid of bekende), een zelfstandig werkende hulp of een jeugdhulpaanbieder. Mogelijkheden om (op eigen kosten) keuzes te maken Als jeugdigen of ouders liever duurdere hulp willen dan de gemeente op basis van “goedkoopst adequate” voorziening verstrekt, dan kan dat op basis van het PGB. De inwoner krijgt het PGB op basis van de goedkoopste adequate voorziening en betaalt de rest zelf bij. De risico’s die deze keuze met zich mee brengt, zijn voor de aanvrager zelf. Waarvoor wordt geen PGB verstrekt In de Jeugdwet is opgenomen voor welke voorzieningen geen pbg wordt verstrekt. Daarnaast is ondersteuning in de vorm van een PGB is niet mogelijk: voor overige voorzieningen, voorliggende voorzieningen die in De Bilt aanwezig zijn; als er sprake is van spoedeisende hulp; voor zorg (ondersteuning) die buiten de decentralisatie blijft, bijvoorbeeld hulp die via aanvullende pakketten van zorgverzekeraars beschikbaar wordt gesteld komt niet in aanmerking voor vergoeding (PGB). Ook niet voor jeugdigen of ouders zonder aanvullend pakket. 3. PGB afnemen vanuit het sociale netwerk Jeugdhulp vanuit het socialel netwerk kan worden bekostigd: indient dit aantoonbaar tot betere en effectievere ondersteuning leidt en aantoonbaar doelmatiger is, in tegenstelling tot ‘de gebruikelijke zorg’.  Jeugdhulp door een persoon die behoort tot het sociale netwerk van de aanvrager moet betaalde hulp vervangen. de in te zetten persoon vanuit het sociale netwerk heeft aangegeven dat de zorg aan de belanghebbende voor hem/haar niet tot overbelasting leidt; 4. Voorkomen van het kapitaliseren van mantelzorg Het vragen van geld voor zorg die anders in het kader van mantelzorg gratis geleverd zou worden, wordt “het kapitaliseren van mantelzorg” genoemd. Dit te gelde maken van mantelzorg willen we voorkomen. Om gekapitaliseerde mantelzorg te voorkomen, wordt met de inwoner die PGB aanvraagt en zijn of haar mantelzorgers besproken: Of er tot dan toe al sprake is geweest van (onbetaalde) jeugdhulp; Waarom de mantelzorger er eventueel mee stopt; Waarom een eventuele nieuwe mantelzorger de zorg niet gratis wil verlenen. In bepaalde gevallen kan het kapitaliseren van mantelzorg billijk zijn. Bijvoorbeeld als een familielid minder gaat werken om de zorg uit te kunnen voeren. Om te onderzoeken of de persoon die behoort tot het sociale netwerk voor zijn of haar hulp betaald moet worden, wordt met de inwoner die PGB aanvraagt en zijn of haar mantelzorgers besproken: Of er tot dan toe al sprake is geweest van (onbetaalde) jeugdhulp; Waarom een eventuele nieuwe mantelzorger de zorg niet gratis wil verlenen. In bepaalde gevallen kan het betalen voor mantelzorg redelijk zijn. Bijvoorbeeld als een familielid minder gaat werken om de zorg uit te kunnen voeren. 5. Kwaliteit ondersteuning Bij jeugdhulp vanuit het eigen sociale netwerk is de PGB-houder ervoor verantwoordelijk dat de geboden ondersteuning veilig, doelgericht en cliëntgericht is. De PGB-houder dient gemotiveerd aan te geven waar de ondersteuning wordt ingekocht, op welke manier de ondersteuning bijdraagt aan zijn participatie en zelfredzaamheid en hoe de kwaliteit van de ondersteuning is gewaarborgd. 6. Voorwaarden om in aanmerking te komen voor PGB We streven er naar dat inwoners die kiezen voor een PGB dit bewust doen en met de verantwoordelijkheden om kunnen gaan die aan het PGB verbonden zijn en dat de ondersteuning en hulp tot de beoogde resultaten leidt. Dit sluit aan bij het landelijk wettelijk kader dat het Rijk met betrekking tot het PGB hanteert. Dit kan ertoe leiden dat in sommige situaties toch geen ondersteuning in de vorm een PGB wordt verstrekt. Of er redenen zijn een PGB eventueel niet toe te kennen, wordt op basis van iemand zijn individuele situatie beoordeeld. Naast de eisen vanuit de Jeugdwet en verordening stellen we in De Bilt de volgende aanvullende eis aan de PGB-houder: dat indien er in de afgelopen drie jaren voorafgaand aan de datum van het gesprek aan de jeugdige of zijn ouders een PGB is verleend, er door de PGB-houder, de jeugdige en/of zijn ouders is voldaan aan de voorwaarden van het persoonsgebonden budget. Naast de gestelde eisen is het toegestaan dat een ouder zelf de zorgverlener mag zijn voor zijn of haar kind en ook gemachtigd kan zijn als PGB-houder. Een voorbeeld van een uitzondering hierop is respijtzorg, deze kan niet geleverd worden door de ouders, omdat zij juist degene zijn die respijt nodig hebben. 7. Hoogte van het PGB Een individuele voorziening kan volgens de Jeugdwet in de vorm van zorg in natura of een PGB worden verstrekt. Onderstaan wordt aangegeven welk percentage van de kosten van de betreffende dienst of voorziening in natura aan het PGB wordt toegekend. Van PGB-houders wordt bij bepaalde diensten verondersteld dat ze de hulp goedkoper kunnen inkopen, omdat er, als de hulp bijvoorbeeld wordt uitgevoerd door iemand uit het sociale netwerk, geen overheadkosten zijn. Vandaar dat het tarief voor PGB apart worden vastgesteld ten opzichte van het tarief voor zorg in natura. Er is een aparte tariefberekening voor professionele zorg en voor niet-professionele zorg/mantelzorg. Voor de hoogte van het PGB gelden de volgende regels: Het tarief voor het PGB is gebaseerd op een door de jeugdige of door de ouders opgesteld gezinsplan over hoe zij het PGB gaan besteden; Het tarief is toereikend om effectieve en kwalitatief goede zorg in te kopen, en; Bedraagt ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate voorziening in natura; Dat kan worden afgeleid uit bijvoorbeeld een offerte of van de prijzen uit het kernassortiment die de gemeente met jeugdhulpaanbieders heeft afgesproken. Daarbij is veelal sprake van kortingen, omdat via een contract met een leverancier een grote hoeveelheid voorzieningen afgenomen wordt. Deze korting wordt doorberekend naar het PGB. Het is immers niet de bedoeling dat een PGB de gemeente meer geld kost dan een verstrekking in natura. De hoogte van een PGB voor professionele jeugdhulp wordt bepaald per uur, per resultaat of per dag(deel) op basis van het basistarief dat door de gemeente is vastgesteld voor de betreffende soort begeleiding per uur, per resultaat of per dag(deel) in natura. De volgende percentages van dit basistarief worden gehanteerd bij: a. Jeugdhulp door een zelfstandige zonder personeel (ZZP-er): 85%; b. Jeugdhulp door een organisatie: 100% De hoogte van het PGB via het sociaal netwerk bedraagt maximaal het op grond van de Wet langdurige zorg geldende PGB-uurtarief voor hulp van niet-professionele zorgverleners. Voor informele hulpen tussen 23-65 jaar bedraagt deze maximaal € 20,-- per uur en € 30,-- per etmaal als het kortdurend verblijf betreft. Bovendien kan de informele hulp maximaal een fulltime werkweek declareren. Voor informele hulpen onder de 23 jaar geldt het wettelijk minimum jeugdloon. (prijspeil 2015). Het is niet toegestaan om reiskosten, feestdagen uitkering, eenmalige uitkering, een vrijbesteedbaar bedrag of begeleiding- of administratiekosten in verband met het persoonsgebonden budget uit het PGB te financieren. 8. Beschikking In de beschikking die door het college wordt afgegeven om jeugdhulp te kunnen ontvangen, wordt informatie gegeven over het PGB. Over het PGB wordt het volgende vermeld: voor welk resultaat het PGB kan worden aangewend; welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het PGB; wat de hoogte van het PGB is en hoe hiertoe is gekomen; wat de duur is van de verstrekking waarvoor het PGB is bedoeld; en de wijze van verantwoording van de besteding van het PGB. De inwoner moet in de beschikking ook worden gewezen op het feit dat het PGB binnen een periode van zes maanden moet worden aangewend. Ook wordt gemeld of er een ouderbijdrage verschuldigd is. Zie ook paragraaf 5. 9. Geldigheidsduur van de beschikking voor PGB Het PGB voor jeugdhulp wordt voor een periode van maximaal twee jaar verstrekt. Doordat het om jeugdigen gaat kan de situatie snel veranderen en ligt het niet voor de hand om beschikkingen voor PGB voor langere perioden te verstrekken. Hiervan kan worden afgeweken voor situaties waarbij een langere periode kan worden overzien. Dan kan de beschikking worden afgegeven voor maximaal drie jaar. 10. Controle Door het gebruik van het systeem van trekkingsrecht via de SVB, wordt er automatisch al veel gecontroleerd. Omdat er direct aan de hulpverlener of leverancier wordt uitbetaald aan de hand van facturen of werkbriefjes is het voor de gemeente gemakkelijk zichtbaar of het PGB (goed) wordt besteed. Budgethouders die een PGB voor een dienst ontvangen zijn verplicht om binnen drie maanden na de uitbetaling van het eerste PGB een zorgovereenkomst met hun hulpverlener in te dienen. Is de overeenkomst tussen budgethouder en hulp niet binnen 3 maanden aan de SVB toegestuurd, dan heeft de gemeente het recht om het PGB op te schorten totdat de betreffende overeenkomst alsnog is ontvangen. Als er minder wordt uitgegeven dan het volledige PGB, dan blijft dat staan op de rekening van de SVB. Aan het einde van elk jaar worden die overgebleven bedragen terugbetaald aan de gemeente.

Rechtspraak bij dit artikel