Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.1

Voor welke jeugdhulp?

Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp De Bilt 2015

Een ouderbijdrage is verschuldigd voor: alle jeugdhulp waarbij een jongere een etmaal of een deel daarvan bij een pleegouder of in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verblijft; hieronder valt ook verblijf (gedurende een etmaal of een dagdeel) in een ggz-instelling. Er wordt door het CJG aan de jeugdige en/of ouders gemeld of er sprake is van een ouderbijdrage. Omdat de eigen bijdrage vastgesteld en geïnd wordt door het Centraal Administratie Kantoor (CAK), zal de hoogte van de ouderbijdrage niet in de beschikking worden opgenomen. Hiervoor wordt verwezen naar het CAK. Het is om die reden ook niet mogelijk om de ouderbijdrage bij voorbaat met het PGB te verrekenen. Bijlage 1. Uitwerking individuele voorzieningen Individuele voorzieningen Begeleiding: Resultaten en activiteiten die deel kunnen uitmaken en/of gericht zijn op de Individuele voorziening zijn: het begeleiden van een jeugdige bij zijn verslechterende zelfredzaamheid en/of participatie; het stabiliseren van de zelfredzaamheid en/of participatie van een jeugdige; het verbeteren van de zelfredzaamheid en/of participatie van een jeugdige. Resultaatsgebieden Ondersteunen bij en opbouwen van sociaal netwerk jeugdige; Jeugdige heeft een gezond sociaal netwerk en vervult daarbinnen een passende sociale rol; Jeugdige is in staat een beroep te doen op personen in zijn/haar sociaal netwerk; Jeugdige kan eigen problematiek in relatie tot sociale netwerk hanteren; bij bemoeizorg: jeugdige staat open voor opbouw sociaal netwerk; bij bemoeizorg en geïsoleerde jeugdige zonder een sociaal netwerk is het resultaat ‘jeugdige heeft een gezond sociaal netwerk’ een brug te ver. Het gaat hier om het opbouwen van een sociaal netwerk met als achterliggende doelstelling mensen uit isolement of uit ‘verkeerde/foute sociale omgeving’ te halen. Bij bemoeizorg is op die wijze afname van overlast en aanleren van hanteerbaar gedrag beoogd; het sociale netwerk van de jeugdige levert een positieve bijdrage aan de zelfredzaamheid en participatie van de jeugdige. Ondersteunen van de thuisadministratie; overzicht van de administratie / administratie op orde; tijdige betaling van rekeningen; inkomsten en uitgaven in balans; indien aanwezig beheersbaar maken van de schulden problematiek (en indien mogelijk in relatie tot de inkomsten: vermindering van de schuldenlast). Ondersteuning bij (arbeidsmatige)dagbesteding; Jeugdige heeft een zinvolle dagbesteding; Jeugdige heeft onbetaald werk met ondersteuning; Jeugdige heeft onbetaald werk zonder ondersteuning. Persoonlijke verzorging voor jeugdige; Jeugdige is in staat om (onder begeleiding) de Algemeen Dagelijkse Levensverrichtingen uit te voeren; Jeugdige is in staat met behulp van ondersteuning zichzelf te verzorgen; Jeugdige is in staat om zijn eigen verzorging te organiseren. Mantelzorgondersteuning; Mantelzorger is niet overbelast; Mantelzorger kan omgaan met de gevolgen van aandoening, stoornis of beperking van jeugdige; Mantelzorger kent eigen competenties en mogelijkheden en de grenzen daaraan. Ondersteuning bij zelfredzaamheid/zelfregie; Jeugdige is voldoende zelfredzaam; Jeugdige is indien nodig in staat de juiste hulp te organiseren; Jeugdige en/of Ouder komt voor zichzelf en voor zijn/haar kinderen afspraken na met instanties zoals bijvoorbeeld school, werk, huisarts, gemeente, etc.; Jeugdige heeft voldoende handvatten om veilig te kunnen wonen. Ondersteuning bij het invullen van het Ouderschap, De Ouder is in staat om te zorgen voor een veilig fysieke omgeving voor de Jeugdige; De Ouder is in staat om regels en grenzen te stellen en positief gedrag te stimuleren; De Ouder is in staat om een goed klimaat te scheppen, zodat de jeugdige zich pedagogisch kan ontwikkelen; De Ouder is in staat om (in)formele vormen van opvang of toezicht te organiseren Individuele voorziening Behandeling & Hulp: Resultaten en activiteiten die deel kunnen uitmaken en/of gericht zijn op de Individuele voorziening Behandeling & Hulp zijn: Resultaten en activiteiten die deel kunnen uitmaken van de Individuele voorziening : De Voorziening is gericht op: Behandeling van hulp en zorg, niet zijnde preventie en begeleiding, aan jeugdigen en hun ouders bij het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, ernstige enkelvoudige dyslexie, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptiegerelateerde problemen; Behandeling/hulp voor de bevordering van de deelname aan het maatschappelijk verkeer, niet zijnde preventie en begeleiding, van het zelfstandig functioneren van jeugdigen met een somatische, verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem; Het herstellen van de veiligheid van de jeugdige en/of de samenleving. Resultaatsgebieden Het stellen van diagnose al dan niet inclusief een advies voor begeleiding en/of behandeling voor jeugdige met psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, ernstige enkelvoudige dyslexie, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking. Jeugdige en/of zijn omgeving weet wat de diagnose is; Jeugdige en/of zijn omgeving heeft kennis van de beperkingen die te maken hebben met de gestelde diagnose; Jeugdige en/of zijn omgeving heeft voldoende kennis en inzichten in mogelijkheden voor het omgaan met de desbetreffende diagnose; Jeugdige en/of zijn omgeving weten wat de mogelijkheden zijn met betrekking tot vervolgbehandeling/ begeleiding. Het bieden van behandeling/hulp aan een jeugdige en diens gezins-(opvoedingssysteem) waarbij sprake is van ontwikkelings-, trauma - of opvoedingsproblematiek of beperkingen die zich uiten in het niet (meer) adequaat kunnen functioneren binnen en buiten het gezin. De hulp is erop gericht dat na afronding van de behandeling de jeugdige zo maximaal mogelijk kan deelnemen aan het maatschappelijk verkeer in een zo veilig mogelijke omgeving. Het gedrag of problematiek van een jeugdige is verholpen, verbeterd of hanteerbaar; De jeugdige al dan niet met behulp van zijn omgeving gebruikt adequate medicatie; De jeugdige en zijn omgeving kunnen op een adequate wijze gebruik maken van de beschikbare hulpmiddelen zoals e-health, pictogrammen, et cetera.; De jeugdige is al dan niet met behulp van zijn omgeving voldoende zelfredzaam; De jeugdige is al dan niet met behulp van zijn omgeving, indien nodig in staat de juiste hulp te organiseren; De jeugdige komt afspraken na met instanties zoals bijvoorbeeld school, werk, huisarts, gemeente, etc.; De ouder is in staat om te zorgen voor een veilig fysieke omgeving voor de jeugdige; De ouder is in staat om regels en grenzen te stellen en positief gedrag te stimuleren; De ouder is in staat om een goed klimaat te scheppen, zodat de jeugdige zich pedagogisch kan ontwikkelen; De ouder is in staat om (in)formele vormen van opvang of toezicht te organiseren. Individuele voorziening JeugdzorgPlus Resultaten en activiteiten die deel kunnen uitmaken van de Individuele voorziening. Doel is enerzijds veiligheid en bescherming bieden en anderzijds jeugdigen te stabiliseren en zodanig hulp te bieden dat het uiteindelijk bestendig op het perspectief van het traject (thuis, residentiële voorziening, pleeggezin) kan verblijven, waarbij hij/zij een dagbesteding (onderwijs) heeft. Het kenmerk van de Individuele voorziening JeugdzorgPlus is dat er beperkende maatregelen kunnen worden toegepast. Deze maatregelen worden ingezet bij aanvang van de machtiging (door een rechter) en de mogelijkheid om deze in te zetten vervallen zodra de machtiging is beëindigd. De behandeling jeugdhulp bij aanbieder is erop gericht om de impact van de beperkende maatregelen zo passend mogelijk te laten zijn, en de jeugdige voor te bereiden op een tijd waarin er geen noodzaak maar ook geen mogelijkheid meer is voor beperkende maatregelen. De jeugdige wordt geleerd om met een aantal chronisch aanwezige condities om te gaan. Deze condities kunnen gelegen zijn in de jeugdige (stoornissen, gedrag etc.), in het systeem van de Jeugdige (disfunctionele gezinssystemen) of in de bredere omgeving (vatbaarheid voor vriendengroepen, loverboys). Doel is om de jeugdige vaardigheden bij te brengen die ervoor zorgen dat de jeugdige voldoende normaal kan participeren . Het is meestal niet zo dat de oorzaken van problemen uitsluitend bij de jeugdige gevonden worden. Ouders met beperkingen en onvoldoende vaardigheden kunnen eveneens een probleemoorzaak zijn. Beperkte vaardigheden van ouders en van de jeugdige interacteren met de chronisch aanwezige stoorfactoren als stoornissen en beperkte vermogens van de jeugdige. Inzet van de behandeling is er dan op gericht de ouders en jeugdige in combinatie te behandelen. In datgene wat nodig is maar wat niet te ondervangen is door vaardigheden van de jeugdige en ouders zal op een andere wijze voorzien dienen te worden. Dit is de resterende hulpbehoefte waarin op een andere, externe, wijze voorzien dient te worden. Integrale trajecten zien daarop dat de behandeling vanuit de verschillende disciplines (ggz-(l)vb en jeugdzorg) integraal wordt benaderd en ingezet. Het traject start bij aanbieder, waar dwang en drang wordt ingezet, de daaropvolgende fase is een meer open setting. Er wordt tussen de verschillende organisaties in de overgangsfases nauw samengewerkt en gebruik gemaakt van de expertise van de aanbieders om de overgang zo soepel mogelijk te laten verlopen. De verantwoordelijkheid voor de jeugdige in het hele traject moet van te voren duidelijk worden afgesproken tussen de JeugdzorgPlus instelling en een organisatie die voor Gemeente activiteiten op het gebied van toeleiding verricht. Het perspectief van de behandeling wordt beschreven in een hulpverleningsplan. Dit is een integraal plan voor zorg en onderwijs. Dit plan wordt cyclisch geëvalueerd en daar waar nodig bijgesteld. Daarbij is het belangrijk dat duidelijk wordt wanneer het traject geslaagd is. De sector heeft daarover het volgende doel geformuleerd: Een JeugdzorgPlus traject is pas geslaagd wanneer de jeugdige ook een half jaar na beëindiging van het traject nog op de afgesproken plek verblijft, onderwijs volgt of een baan heeft, de verbeterde relatie met de ouders in stand heeft weten te houden en terugval in verslaving, afhankelijkheid van verkeerde relaties en crimineel gedrag zijn uitgebleven. Als een traject eindigt in een residentiële voorziening is het traject pas geslaagd als tijdig plaatsing in een voor de Jeugdige geschikte (L)VG of GGZ-voorziening heeft plaatsgevonden en de gedragsproblematiek zover is teruggedrongen dat de jeugdige zich in zijn nieuwe leefomgeving ook na een half jaar nog weet te handhaven. Het hulpverleningsplan, waarin het traject van begin tot einde beschreven wordt, wordt binnen zes weken na plaatsing vastgesteld. In principe is er direct plaats beschikbaar, en de gesloten machtiging noodzaakt een korte termijn plaatsing. Er wordt gezien de beschikking van de gesloten machtiging altijd op korte termijn geplaatst. Voor crisisplaatsingen wordt 24 uur per dag een plaatsing gerealiseerd. Individuele voorziening Individuele voorziening Pleegzorg Resultaten en activiteiten die deel kunnen uitmaken van de Individuele voorziening: Individuele voorziening pleegzorg is een vorm van jeugdhulp die valt onder de Jeugdwet. In deze wet is geborgd dat plaatsing in gezinsverband de voorkeur heeft als hulp thuis niet meer mogelijk is en jeugdigen voor korte of langere tijd uit huis moeten worden geplaats. Deze vorm van opvang staat het dichtst bij de natuurlijke situatie. Individuele voorziening Pleegzorg staat voor een combinatie van ‘zo gewoon mogelijk opgroeien’ en professionele hulp. Individuele voorziening Pleegzorg kan worden ingezet voor jeugdigen van 0 tot 18 jaar. Zo nodig is voortgezette pleegzorg tot 23 jaar mogelijk. In de Jeugdwet is een aantal voorwaarden neergelegd, wil er sprake zijn van Individuele voorziening Pleegzorg in de zin van de Jeugdwet: Om pleegouder te kunnen worden moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan en moet een screeningsprocedure worden doorlopen; Aanbieder beoordeelt of een jeugdige in het betreffende pleeggezin geplaatst kan worden, de zogenaamde matching; Aanbieder sluit een pleegcontract af met de pleegouder en maakt afspraken met betrekking tot de begeleiding van de pleegouder; De pleegouder ontvangt een pleegvergoeding en eventuele toeslagen van de aanbieder; Aanbieder verstrekt in verband met de verzorging en opvoeding van een jeugdige informatie m.b.t. de jeugdige aan de pleegouder. In geval van een Individuele voorziening Pleegzorg in de zin van de Jeugdwet draagt de aanbieder zorg voor de samenwerking tussen alle partijen rond de jeugdige en biedt de aanbieder professionele hulp aan de jeugdige, de pleegouders en eventueel de ouders. Er zijn twee varianten Individuele voorziening Pleegzorg: Hulpverleningsvariant: bij deze variant is het doel om de oorspronkelijke opvoedingssituatie te herstellen. Binnen een vooraf gestelde termijn wordt intensief met de ouders van de jeugdige en de pleegouders gewerkt en wordt toegewerkt naar een zogenoemd opvoedbesluit, waarmee duidelijk moet worden waar de jeugdige verder opgroeit. Als blijkt dat er geen mogelijkheden zijn om de jeugdige terug bij zijn ouders te plaatsen, wordt de hulpverleningsvariant omgezet naar de opvoedingsvariant binnen Individuele voorziening Pleegzorg (in hetzelfde of een ander pleeggezin) of wordt doorgeplaatst naar een andere vorm van jeugdhulp. De hulpverleningsvariant kan ook starten vanuit crisisopvang wanneer de situatie zo ernstig is dat de jeugdige acuut uit huis moet worden geplaatst. Opvoedingsvariant: in deze variant wordt de jeugdige voor langere tijd, in principe tot meerderjarigheid, door pleegouders opgevoed. Doel van de plaatsing is om continuïteit, opvoedingszekerheid en optimale ontwikkelingskansen voor de jeugdige te creëren. Samenwerking met de ouders blijft, waar mogelijk, bestaan. Daarbij bestaat de mogelijkheid dat pleegouders de voogdij krijgen, met behoud van pleegcontract, pleegvergoeding en begeleiding. Deeltijdvariant: die omvat verschillende mogelijkheden om Individuele voorziening Pleegzorg als aanvulling op de dagelijkse zorg en opvoeding van de jeugdige in te zetten, bijvoorbeeld in het weekeinde of vakanties. Deze variant wordt veel gebruikt als preventieve hulp voor jeugdigen die thuis wonen, maar waar de zorg en opvoeding voor de ouders zwaar vallen. Zo kan een definitieve uithuisplaatsing worden voorkomen. De deeltijdvariant kan ook worden ingezet voor jeugdigen die in een groep wonen of ter ontlasting van een pleeggezin. Crisisvariant: als een situatie zo ernstig is dat een jeugdige acuut uit huis moet worden geplaatst, wordt een jeugdige in een crisispleeggezin ondergebracht.

Rechtspraak bij dit artikel