**1.** In deze verordening wordt verstaan onder:
Awb: Algemene wet bestuursrecht;
bestuursovereenkomst: een overeenkomst gesloten tussen twee of meer overheden;
BRU: Bestuur Regio Utrecht, openbaar lichaam op basis van artikelen 8 en 104 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, voor zover tot 1 januari 2015 handelend als plusregio op grond van de Hoofdstuk XI van de op 31 december 2014 geldende Wet gemeenschappelijke regelingen;
budgetsubsidiëring: vorm van subsidiëring waarbij aan een gemeente een subsidiebudget beschikbaar wordt gesteld voor de realisering van een naar eigen inzicht van de gemeente samengesteld project of activiteit;
concessie: recht om met uitsluiting van anderen een bepaaldelijk omschreven onderdeel van openbaar vervoer te verrichten in een bepaald gebied gedurende een bepaalde tijd;
GS: Het College van Gedeputeerde Staten van de Provincie Utrecht;
lokaal maatwerk: activiteiten op het terrein van verkeer en vervoer welke niet per se een bovenlokaal belang dienen;
programmabegroting: besluit van PS waarin op basis van de visie en doelen van voorheen BRU plusregio, rekening houdend met het RVVP, het concrete regionale planaanbod en de van rijkswege verkregen budgetten, is opgenomen welk subsidiebudget er voor de begrotingscyclus beschikbaar is;
project: een unieke opgave, begrensd in tijd en middelen en afgesloten met een van te voren overeengekomen resultaat;
Regio Utrecht: grondgebied van gemeenten die voorheen aan BRU als plusregio deelnamen;
RVVP: regionaal verkeer- en vervoersplan;
subsidiabele investeringskosten: het totale bedrag van de door GS vastgestelde subsidiabele kosten van een project of activiteit;
subsidiëring gedragsbeïnvloeding: subsidies die verstrekt worden met betrekking tot activiteiten op het terrein van gedragsbeïnvloeding (zoals verkeersveiligheid en vervoermanagement);
uitvoeringsovereenkomst: een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 Awb waarin tussen subsidieverstrekker en subsidieontvanger wederzijdse rechten en plichten ten aanzien van de subsidieverstrekking zijn opgenomen;
uitvoeringsprogramma: jaarlijks besluit van GS waarin is vastgesteld welke projecten in de eerstkomende (meerjaren) periode in aanmerking komen voor subsidiëring door GS, welke subsidiebedragen daarvoor zijn gereserveerd en (eventueel) welke subsidiepercentages en/of maximale subsidiebedragen van toepassing zijn;
VAT-kosten: de kosten van voorbereiding, administratie en toezicht van een (infrastructureel) project met uitzondering van kosten voor de accountantscontrole.
**2.** De algemene begrippen en bepalingen, opgenomen in de Wet BDU verkeer en vervoer, het Besluit BDU verkeer en vervoer, de Wet Infrastructuurfonds, het Besluit Infrastructuurfonds, de Wet personenvervoer 2000, het Besluit Personenvervoer 2000 en de Algemene wet bestuursrecht zijn onverminderd op deze verordening van toepassing.
Hoofdstuk
Artikel 1.1