Deze subsidieverordening is van toepassing op het verstrekken van subsidies voor activiteiten op de volgende beleidsterreinen, tenzij daarin bij bijzondere verordening is voorzien:
investeringen in verkeersinfrastructuur in beheer bij de provincies, gemeenten en waterschappen;
verplichtingen vastgelegd in verleende concessies, waaronder het verrichten van openbaar vervoer, het verzorgen van sociale veiligheid, het beheer en onderhoud, het (invoeren van een) OV-chipkaartsysteem;
gemeentelijk verkeer- en vervoersbeleid;
gedragsbeïnvloeding verkeersveiligheid;
mobiliteitsmanagement;
andere in het Uitvoeringsprogramma opgenomen activiteiten.
Voor subsidiëring komen in aanmerking:
gemeenten die voorheen aan BRU als plusregio deelnamen;
andere gemeenten;
de vervoerders aan wie door GS dan wel voorheen door BRU als plusregio concessie is verleend voor de exploitatie van openbaar vervoer en daarmee gelijkgesteld vervoer als bedoel in de Wet personenvervoer 2000;
waterschappen; en
andere organisaties,
voor zover de activiteiten ten goede komen aan de door de provincie, danwel BRU als plusregio vastgestelde doelstellingen op het gebied van verkeer en vervoer.
Hoofdstuk
Artikel 1.2