Het college kent een individuele voorziening toe indien en voor zover in het gesprek zoals bedoeld in artikel 3.3. is vastgesteld dat:
een individuele voorziening aangewezen is gezien de aard en ernst van de hulpvraag;
de jeugdige op eigen kracht of met zijn ouders of andere personen uit zijn naaste omgeving geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden;
een algemene voorziening niet adequaat is voor de oplossing van de hulpvraag;
de jeugdige of de ouders geen aanspraak kunnen maken op een andere voorziening.
Artikel 3.4.
Criteria individuele voorzieningen
Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp gemeente Noord-Beveland 2015