Naar hoofdinhoud

Artikel 3.5.

Aanvullende criteria persoonsgebonden budget (PGB)

Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp gemeente Noord-Beveland 2015

1.. Het college kent in aanvulling op de in artikel 3.4 genoemde criteria een persoonsgebonden budget toe als in het gesprek als bedoeld in artikel 3.4. en op basis van een aanvraag als bedoeld in artikel 2.2 is vastgesteld dat: de ouders, al dan niet met hulp uit hun sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, mentor of gemachtigde in staat zijn tot een redelijke waardering van hun belangen en in staat zijn te achten om de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren, voldoende is gemotiveerd dat een individuele voorziening in natura niet passend en toereikend wordt geacht; gewaarborgd is dat de voorziening die met het persoonsgebonden budget betaald wordt van goede kwaliteit is. 2.. Het college kan een persoonsgebonden budget weigeren: indien aan de jeugdige of zijn ouders in de afgelopen drie jaren, voorafgaand aan de datum van het (eerste) gesprek een persoonsgebonden budget is verleend en waarbij door de jeugdige of zijn ouders niet voldaan is aan de voorwaarden van het persoonsgebonden budget; voor zover dit bedoeld is voor begeleidingskosten (bemiddelingskosten) of administratiekosten in verband met het persoonsgebonden budget. 3.. De budgethouder legt verantwoording af over de besteding van het persoonsgebonden budget in overeenstemming met de wet, de verordening jeugdhulp gemeente (invullen) 2015, deze nadere regels en de door het college vastgestelde beleidsregels.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel