**1..** Degene die de vergadering bijwonen hebben, behoudens leden van de Erfgoedadviesraad en hetgeen bepaald in lid 7, geen spreekrecht.
**2..** Desgewenst stelt de voorzitter belanghebbenden in de gelegenheid het voorgelegde toe te lichten.
**3..** Indien de aanvrager daarom heeft verzocht wordt deze door de secretaris voor de betreffende vergadering uitgenodigd.
**4..** Indien lid 3 zich voordoet wordt de aanvrager, door of namens de Erfgoedadviesraad, in staat gesteld het voorgelegde nader toe te lichten.
**5..** De leden van de erfgoedadviesraad kunnen de spreker desgewenst na afloop van zijn betoog aanvullende vragen stellen. De voorzitter bepaalt de tijdsperiode die, wanneer de spreker hiertoe wenst over te gaan, voor beantwoording van de vragen beschikbaar is.
**6..** De voorzitter kan een spreker die de hem toegemeten tijd overschrijdt, dan wel in zijn betoog zonder enig redelijk doel zaken aan de orde stelt, die de belangen van derden ernstig kunnen schaden, dan wel handelt in strijd met enige strafwettelijke bepaling, een en ander ter beoordeling van de voorzitter, na een voorafgaande waarschuwing het woord ontnemen.
**7..** Lokale organisaties, zoals het Wijnhuisfonds, Stichting Beschermd Stadsschoon Zutphen, Stichting Warnsveldse Monumenten en Stichting Waardevol Warnsveld, krijgen, indien zij voorafgaand aan de vergadering de voorzitter hierom verzoeken, spreekrecht toebedeelt. De leden 5 en 6 zijn onverkort van toepassing.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.7
Spreekrecht
Onderdeel van Verordening op de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Cultuurhistorie en de Erfgoedadviesraad 2014