Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1

Artikel 1

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Meerinzicht

1.. In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: de regeling: deze gemeenschappelijke regeling; de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; het openbaar lichaam: het openbaar lichaam, als bedoeld in artikel 2, eerste lid van de regeling; college(s): de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten; gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincies Gelderland en Flevoland Meerinzicht: het openbaar lichaam Meerinzicht; algemeen bestuur: het algemeen bestuur van Meerinzicht; dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van Meerinzicht; voorzitter: de voorzitter van Meerinzicht; directeur: de door het dagelijks bestuur benoemde directeur; heffingsambtenaar: een door het dagelijks bestuur op grond van artikel 232, vierde lid, sub a van de Gemeentewet en artikel 30, achtste lid van de Wet waardering onroerende zaken aangewezen ambtenaar van Meerinzicht, als bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet en als bedoeld in artikel 1, tweede lid van de Wet waardering onroerende zaken; invorderingsambtenaar: een door het dagelijks bestuur op grond van artikel 232, vierde lid, sub b van de Gemeentewet aangewezen ambtenaar van Meerinzicht, als bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel c, van de Gemeentewet; ambtenaar belastingen : een door het dagelijks bestuur op grond van artikel 232, vierde lid, sub c van de Gemeentewet aangewezen ambtenaar van Meerinzicht, als bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel d, van de Gemeentewet bevoegd tot de heffing of de invordering van belastingen, en tot de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken; belastingdeurwaarder: een door het dagelijks bestuur op grond van artikel 232, vierde lid, sub d van de Gemeentewet aangewezen ambtenaar van Meerinzicht als bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel e, van de Gemeentewet, dan wel een als belastingdeurwaarder aangewezen gerechtsdeurwaarder, bedoeld in de Gerechtsdeurwaarderswet; nadere regels: de nadere regels ter uitvoering van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, van de Invorderingswet 1990 en van de belastingverordeningen; belastingen: de belastingen, rechten, leges en heffingen, die de gemeente heft als bedoeld in de Gemeentewet, alsmede de belastingen krachtens andere wetten als bedoeld in artikel 219, eerste lid van de Gemeentewet, waaronder de afvalstoffenheffing op grond van artikel 15.33 Wet milieubeheer; belastingverordeningen: de verordening tot heffing en invordering van belastingen als bedoeld in artikel 216 Gemeentewet; kwijtscheldingsregels: de door of namens de raden van de deelnemende gemeenten vastgestelde regels als bedoeld in artikel 255, leden 3 en 4 van de Gemeentewet; grondgebied: het grondgebied van de deelnemers aan de regeling; deelnemer: de aan de regeling deelnemende colleges. 2.. Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen voor zover mogelijk in die artikelen in de plaats van de gemeente, de raad, burgemeester en wethouders en de burgemeester, de inspecteur, de ontvanger, de ambtenaar van de rijksbelasting en de belastingdeurwaarder, onderscheidenlijk het openbaar lichaam, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter, de heffingsambtenaar, de invorderingsambtenaar, de ambtenaar belastingen en de belastingdeurwaarder.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel