Naar hoofdinhoud
5.1. Een bestuurder gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij uit hoofde van zijn ambt beschikt. Hij zorgt ervoor dat stukken met vertrouwelijke gegevens veilig worden opgeborgen en dat computerbestanden beveiligd zijn. 5.2. Een bestuurder betracht maximale openheid als het gaat om beleid en beslissingen en om de beweegredenen daarvoor. Hij handelt in overeenstemming met de Wet openbaarheid van bestuur. 5.3. Een bestuurder geeft de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. 5.4. Een bestuurder verstrekt geen informatie die vertrouwelijk of geheim is. 5.5. Een bestuurder maakt niet ten eigen bate of ten bate van zijn persoonlijke betrekkingen gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie. 5.6. Een bestuurder gaat verantwoord om met de e-mail, internetfaciliteiten en sociale media van de gemeente. 5.7. De bovengenoemde artikelen zijn eveneens van toepassing op voormalige bestuurders zolang de vertrouwelijkheid niet is opgeheven.

Rechtspraak bij dit artikel