**1..** De medewerker met een volledige betrekking kan in de tijdregistratie een positief saldo opbouwen van maximaal 72 uur. Bij dreigende overschrijding van dit maximum maakt de direct leidinggevende met de medewerker afspraken over taakuitvoering en afbouw van uren.
**2..** In overleg met de direct leidinggevende kan een voldoende positief saldo worden opgenomen.
**3..** De vorige leden zijn niet van toepassing indien een positief saldo wordt opgebouwd op basis van artikel 6:2 van de CAR-UWO;
**4..** De medewerker met een volledige betrekking kan in de tijdregistratie een negatief saldo opbouwen van maximaal 7,2 uur. Bij overschrijding van dit maximum maakt de direct leidinggevende met de medewerker afspraken over de wijze waarop de overschrijding teniet wordt gedaan. Compensatie met verlofuren is mogelijk.
**5..** Voor de medewerker die geen volledige betrekking heeft, gelden de in het eerste en vierde lid genoemde maxima naar evenredigheid.
Artikel 10 Verlofuren
**1..** De basis verlofopbouw is conform het gestelde in artikel 6:2 van de CAR-UWO.
**2..** Het in het vorige lid vermelde verlof wordt in het kader van het leeftijdsfasebewust personeelsbeleid voor een medewerker met een volledige betrekking vermeerderd met:
21,6 uren, indien de medewerker de leeftijd van 19 jaar nog niet heeft bereikt;
14,4 uren, indien de medewerker de leeftijd van 19 jaar heeft bereikt;
7,2 uren, indien de medewerker de leeftijd van 20 jaar heeft bereikt;
7,2 uren, met ingang van het kalenderjaar waarin de leeftijd van 30 jaar wordt bereikt;
14,4 uren, met ingang van het kalenderjaar waarin de leeftijd van 35 jaar of een diensttijd van 15 jaar wordt bereikt;
21,6 uren, met ingang van het kalenderjaar waarin de leeftijd van 40 jaar wordt bereikt;
28,8 uren, met ingang van het kalenderjaar waarin de leeftijd van 45 jaar of een diensttijd van 25 jaar wordt bereikt;
36 uren, met ingang van het kalenderjaar waarin de leeftijd van 50 jaar wordt bereikt;
43,2 uren, met ingang van het kalenderjaar waarin de leeftijd van 55 jaar of een diensttijd van 35 jaar wordt bereikt;
**3..** Het in het vorige lid bedoelde verlof voor personen beneden de leeftijd van 21 jaar wordt bepaald naar de leeftijd op 1 januari van het betreffende jaar. Bij indiensttreding in de loop van het kalenderjaar geldt voor dat jaar de leeftijd op de datum van indiensttreding.
Artikel 11 Niet verleende verlofuren
**1..** Indien het niet verleende verlof meer dan 36 uur bedraagt, dient de medewerker voor 1 november van het jaar waarin het recht op het verlof is ontstaan, een verzoek (als bedoeld in artikel 6:2:6 lid 1, onder a, van de CAR-UWO) in bij de leidinggevende.
**2..** Voor de medewerker die geen volledige betrekking heeft, geldt het gestelde in het vorige lid naar evenredigheid.
Artikel 12 Brug- en feestdagen
**1..** Op feestdagen en vastgestelde brugdagen is de openbare dienst gesloten met uitzondering van de daartoe aangewezen functies en daaraan verbonden medewerkers.
**2..** Als standaard brugdag is de dag na Hemelvaartsdag aangewezen.
**3..** In aanvulling daarop kan het college vooraf per kalenderjaar maximaal twee brugdagen aanwijzen.
**4..** Het voor de brugdagen verleende verlof wordt in mindering gebracht op het saldo verlofuren.
**5..** Aan de medewerker die geen volledige betrekking heeft, wordt verlof verleend voor de feitelijke arbeidsduur op de betreffende dag.
Artikel 13 Buitengewoon verlof
**1..** De medewerker die benoemd is als voorzitter of lid van een stembureau, geniet gedurende de tijd dat hij ter zitting aanwezig is buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging.
**2..** Het bepaalde in het vorige lid is van toepassing voor zover de zitting van het stembureau samenvalt met de voor de medewerker geldende feitelijke arbeidsduur op de zittingsdag.
**3..** De medewerker die aantoonbaar vrijwillige inzet verricht (vrijwilligerswerk), geniet daarvoor 7,2 uur buitengewoon verlof per jaar. Het verleende verlof is van toepassing op uren dat het benodigde verlof samenvalt met de feitelijke arbeidsduur per dag. Deze uren zijn niet te spreiden over meerdere dagen. Het verzoek wordt getoetst aan het Toetsdocument vrijwillige inzet.
Artikel 14 Calamiteiten- en ander kort verzuimverlof
**1..** Naast het ter zake bepaalde in de Wet Arbeid en Zorg (Wazo) en CAR-UWO heeft de medewerker recht op buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging:
Bij overlijden van de echtgenoot of partner of bloed- en aanverwanten in de 1e graad (ouders en kinderen) wordt verlof verleend van de dag van het overlijden tot en met de dag van de uitvaart.
Bij overlijden van bloed- en aanverwanten in de 2e graad (grootouders, kleinkinderen, broers en zussen) wordt twee dagen verlof verleend, tenzij de medewerker aantoonbaar belast is met het regelen van de uitvaart en/of de nalatenschap. In dat geval wordt verlof verleend van de dag van het overlijden tot en met de dag van de uitvaart.
**2..** In afwijking op artikel 4:1 lid 1 onder c en conform artikel 4: 7 Wazo vindt geen doorbetaling van de bezoldiging plaats indien de medewerker verlof opneemt ten behoeve van de uitoefening van het kiesrecht.