Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 10

Draagkracht alleenstaande ouders

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand

1.. Het college stelt het inkomen van de alleenstaande ouder voor het bepalen van de draagkracht in verband met bijzondere bijstand voor alleenstaande ouders in afwijking van artikel 9, lid 2, als volgt vast: het college stelt het inkomen van de alleenstaande ouder vast overeenkomstig § 3.4 van de wet, met uitzondering van artikel 31, lid 2 onder d, voor zover het het per 1 januari 2015 verhoogde deel van het verhoogde kindgebonden budget betreft (ook bekend als de alleenstaande ouder-kop, ook genoemd ALO-kop), dat de alleenstaande ouder ontvangt of waarop de alleenstaande ouder aanspraak kan maken; 2.. Het college stelt de toepasselijke bijstandsnorm voor alleenstaande ouders zoals genoemd in artikel 9, lid 9 op 90% van de norm voor gehuwden, indien artikel 22a van de wet (de kostendelersnorm) niet van toepassing is op de alleenstaande ouder; 3.. Het college stelt de toepasselijke bijstandsnorm voor alleenstaande ouders zoals genoemd in artikel 9 lid 9 op 80% van de norm voor gehuwden indien artikel 22a van de wet (de kostendelersnorm) op de alleenstaande ouder van toepassing is. 4.. Voor het overige gelden de bepalingen in artikel 9.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel