Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk I

Artikel 1:

begripsbepalingen

Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Zuidplas 2015

a. - Aangepaste woning Het betreft een woning die bij de bouw direct geschikt is gemaakt voor iemand met een beperking of een woning met 'dure aanpassingen', zoals trapliften, onderrijdbare aanrechten e.d. Soms is een dergelijke woning geheel rolstoelgeschikt gemaakt. De deuren zijn dan verbreed, de toegang voor en achter is berekend op rolstoelgebruik. Vaak is er een mogelijkheid tot stalling van scootmobiel of andere hulpmiddelen. b.- Aftoppingsgrens De aftoppingsgrens is een grens die binnen de huurprijsgrenzen wordt gehanteerd. Er worden twee aftoppingsgrenzen gehanteerd, één voor één- of tweepersoonshuishoudens en een voor drie- of meerpersoonshuishoudens. Afhankelijk van leeftijd en tot welk huishouden een woningzoekende behoort, kan men al dan niet in aanmerking komen voor huurtoeslag boven de aftoppingsgrens voor het betreffende huishouden. c - BL-score Van iedere woningzoekende kan de BL-score worden vastgesteld, met behulp waarvan een rangorde kan worden bepaald. Indien het huishouden uit meerdere personen bestaat, is de hoogste BL-score van toepassing mits de woningzoekende aan de geldende toelatingseisen voldoet. Bij het bepalen van de rangorde bij een woningzoekende met een leeftijd boven de 65 jaar wordt het uitgangspunt gehanteerd dat de oudste in leeftijd voor gaat. Bij een 65-plus echtpaar wordt de leeftijd van het lid van het huishouden met de hoogste leeftijd gehanteerd. d - Economische binding Het begrip economische binding is ontleend aan artikel 14, lid 3, onder, a. Van de wet. Het gaat hierbij om het duurzaam verrichten van arbeid en een duurzame relatie tussen de arbeid en de gemeente. Dit wordt aangenomen indien: een dienstverband bestaat bij een werkgever binnen de gemeente van minimaal één jaar, gedurende een aantal uren dat ten minste overeenstemt met de helft van het aantal uren dat (met inachtneming van de aard van de werkzaamheden) een normale werkweek uitmaakt; bij niet werknemers een substantieel deel van de inkomensverwerving plaatsvindt binnen of vanuit de gemeente. e - Doorstroming Indien een huishouden voldoet aan één of beide criteria dan wordt het huishouden aangemerkt als doorstromer op de lokale woningmarkt. Een doorstromer krijgt voorrang bij de woningtoewijzing bij een daartoe vooraf gelabelde woning op andere woningzoekenden, waardoor de door de doorstromer gehuurde woning vrijkomt voor een andere woningzoekende die daardoor kan starten of ook kan doorstromen op de woningmarkt. Hiermee wordt enerzijds de dynamiek op de lokale woningmarkt vergroot doordat het aantal woningmutaties toeneemt. Anderzijds wordt scheefwonen tegengegaan doordat de doorstromer verhuist naar een te huren woning met een huurprijs die weer in overeenstemming is met het huishoudinkomen van de doorstromer. h - Huishouden Tot het huishouden behoren in elk geval één of twee volwassenen die aangeven een duurzaam, gemeenschappelijk huishouden te willen voeren. Daarnaast de in de Basisregistratie personen (BRP) ingeschreven (pleeg)kinderen of ongeboren kinderen, aantoonbaar via verklaring van de verloskundige. Overige inwoners behoren niet tot het huishouden. i - Huisvestingsvergunning Vergunning als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de wet. De tekst luidt: Het is verboden om woonruimte die is aangewezen krachtens artikel 7 (van de wet) voor bewoning in gebruik te nemen zonder vergunning van burgemeester en wethouders. j – Huishoudinkomen Het inkomen als bepaald in artikel 1, lid 1, onder a van de wet. De tekst luidt: Gezamenlijke verzamelinkomens als bedoeld in artikel 2.3 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 van de aanvragers van een huisvestingsvergunning voor een bij huisvestingsverordening aangewezen woonruimte, met uitzondering van kinderen in de zin van artikel 4 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, met dien verstande dat in het eerste lid van dat artikel voor «belanghebbende» telkens wordt gelezen «aanvrager»; k - Huurprijs Artikel 1, lid 2, onder a, van de wet verstaat onder huurprijs: de prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woonruimte, uitgedrukt in een bedrag per maand l - Ingezetene De passage ".... in woonruimte die permanent mag worden bewoond" is toegevoegd om te voorkomen dat huishoudens die (bijvoorbeeld) op een camping hun hoofdverblijf hebben op grond daarvan de positie van ingezetene kunnen verkrijgen. p - Maatschappelijke binding Het begrip maatschappelijke binding is ontleend aan artikel 14, lid 3, onder b. van de wet. In afwijking van de wet wordt maatschappelijke binding in de gemeente aangenomen indien een woningzoekende minimaal twee jaar is ingeschreven in Basisregistratie personen van de gemeente (BRP). q- Mantelzorg Hulp als bedoeld in artikel 1.1.1. van de Wet maatschappelijke ondersteuningen 2015 r - Medehuurderschap In de artikelen 266 en 267 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is geregeld welke inwonenden in aanmerking komen voor het wettelijk medehuurderschap. Het gaat hier enerzijds om echtgenoten en geregistreerde partners (artikel 266) en anderzijds om niet gehuwde samenwonenden (artikel 267). s - Onzelfstandige woonruimte In het artikel is neergelegd dat een onzelfstandige woonruimte niet beschikt over wezenlijke voorzieningen. Het gaat dan om zaken als een toilet en bijvoorbeeld een keukeninrichting die bestemd is voor de bereiding van complete maaltijden. x - Vergunninghouder Deze omschrijving is ontleend aan artikel 1, lid g van de wet. cc - Woningzoekende Zie toelichting onder h. dd - Woonruimte Waar in de verordening woonruimte is vermeld, wordt daaronder zelfstandige woongelegenheid verstaan, zoals hier omschreven, tenzij in de tekst uitdrukkelijk is vermeld dat ook onzelfstandige woonruimte (sub t) hieronder begrepen wordt. ee -Woonwagen Het begrip woonwagen is ontleend aan artikel 7:25 Burgerlijk Wetboek.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel