Gedragingen van een belanghebbende waardoor algemeen geaccepteerde
arbeid niet wordt verkregen of een verplichting op grond van de
artikelen 9 en 9a van de P-wet niet of onvoldoende wordt nagekomen,
worden onderscheiden in de volgende categorieën: a. eerste
categorie: 1. het door een persoon niet of onvoldoende meewerken aan
het opstellen, uitvoeren of evalueren van een plan van aanpak; 2.
het onvoldoende aantoonbaar trachten arbeid of passende scholing te
verkrijgen, te aanvaarden en te behouden gedurende de wachttijd van
4 weken na melding voor jongeren tot 27 jaar; 3. het niet of
onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen
tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 9, eerste lid,
onderdeel c, P-wet. 4. het niet naar vermogen meewerken aan de
verplichtingen, verbonden aan de inspanningsperiode van vier weken
na aanvraag voor personen van 27 jaar en ouder; 5. het niet of in
onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden
tot arbeidsinschakeling of re-integratie. b. tweede categorie: 1.
het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te
verkrijgen voor zover dit niet voortvloeit uit een gedraging als
bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de P-wet; 2. het door een
alleenstaande ouder niet voldoen aan de re-integratieverplichtingen
verbonden aan de in artikel 9a, eerste lid, P-wet bedoelde
ontheffing, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van
de arbeidsplicht; 3. het zich niet (tijdig) laten registeren als
werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of
het niet (tijdig) laten verlengen van de registratie; 4. andere
gedragingen die de inschakeling in arbeid belemmeren, niet zijnde
gedragingen genoemd in artikel 18, vierde lid, P-wet.