Voordat de uitkering wordt verlaagd, wordt de belanghebbende in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen. Hiervan kan afgezien worden als: a. de belanghebbende zijn zienswijze al eerder kenbaar heeft gemaakt en er geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden; of b. binnen de gestelde termijn niet is voldaan aan de inlichtingenplicht; of c. het horen niet nodig is voor het vaststellen van de ernst van de gedraging of de mate van verwijtbaarheid.
§ 3 › § 3.1
Artikel 26 Verzamelverordening 2015
Horen van belanghebbende(n)
Onderdeel van Verzamelverordening 2015
Bewaren kan ook zonder account
Houd art. 26 bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon