Gedragingen van een belanghebbende waardoor algemeen geaccepteerde
arbeid niet wordt verkregen of een verplichting op grond van de
artikelen 37 en 38 van de IOAW/IOAZ niet of onvoldoende wordt
nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: a.
eerste categorie: 1. het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde
arbeid; 2. het door eigen toedoen niet behouden van algemeen
geaccepteerde arbeid; 3. het weigeren van een passend re-integratie
aanbod; 4. het niet of onvoldoende verrichten van een door het
college opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in
artikel 37, eerste lid, onderdeel f, IOAW/IOAZ. 5. het niet naar
vermogen meewerken aan de verplichtingen, verbonden aan de
inspanningsperiode van vier weken na aanvraag voor personen van 27
jaar en ouder. 6. het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een
onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling of
re-integratie; b. tweede categorie: 1. het niet naar vermogen
proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen; 2. het niet
naar vermogen meewerken aan een door het college aangeboden
voorziening als bedoeld in de artikelen 36, eerste lid, en 37,
eerste lid, onderdeel e, IOAW/IOAZ, waaronder begrepen het niet naar
vermogen deelnemen aan taalwervingslessen voor mensen die
onvoldoende de Nederlandse taal beheersen; 3. het door een
alleenstaande ouder niet voldoen aan de re-integratieverplichtingen
verbonden aan de in artikel 38, eerste lid, IOAW/IOAZ bedoelde
ontheffing, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van
de arbeidsplicht; 4. het zich niet (tijdig) laten registeren als
werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of
het niet (tijdig) laten verlengen van de registratie; 5. andere
gedragingen die de inschakeling in arbeid belemmeren.