1. De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 27 en 29 van deze verordening, wordt vastgesteld op: a. 100% van de uitkering gedurende 1 maand bij gedragingen van de eerste categorie; b. 50% van de uitkering gedurende 1 maand bij gedragingen van de tweede categorie; 2. Het college kan op basis van individuele omstandigheden besluiten om in afwijking van lid 1, onderdeel a, van dit artikel de maatregel te effectueren door gedurende 2 maanden de uitkering met 50% te verlagen.