1. Het college kan ter uitvoering van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de P-wet een uitkeringsgerechtigde voor wie de kans op inschakeling in het arbeidsproces gering is en die daardoor vooralsnog niet bemiddelbaar is op de arbeidsmarkt, onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten zoals bedoeld in artikel 10a van de P-wet. 2. Een uitkeringsgerechtigde die onbeloonde additionele werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 10a P-wet verricht, ontvangt conform lid 6 van dat artikel ieder half jaar een premie mits naar vermogen is meegewerkt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling. 3. Het college kan op basis van artikel 10a van de P-wet of artikel 38a IOAW/IOAZ aan uitkeringsgerechtigden van 27 jaar of ouder en die niet beschikt over een startkwalificatie scholing aanbieden met als doel de afstand tot de arbeidsmarkt te verkleinen. 4. De premie bedraagt per jaar 25% van het bedrag genoemd in artikel 31, tweede lid, onder j van de P-wet. 5. Het college stelt nadere regels ten aanzien van de participatieplaats, voor wat betreft de premie zoals bedoeld in lid 2, de scholing zoals bedoeld in lid 3 en de voorwaarden en verplichtingen die daaraan verbonden zijn.
§ 2 › § 2.2
Artikel 6 Verzamelverordening 2015
Participatie(plaats) voor personen ouder dan 27 jaar
Onderdeel van Verzamelverordening 2015
Bewaren kan ook zonder account
Verwijzingen
Houd art. 6 bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon