Naar hoofdinhoud

Artikel 4.3.1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: houtopstand: één of meer bomen, hakhout, een houtwal; een boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een stamomtrek van minimaal 30 centimeter op 1,30 meter boven het maaiveld. Bij een meerstammig gewas wordt bij de bepaling van de stamomtrek uitgegaan van de dikste stam; hakhout: één of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; houtwal: lintvormige begroeiingen van enige uitgestrektheid, bestaande uit bomen of struiken; herplant: de aanplant van een houtopstand teneinde het verlies van een al of niet met vergunning gevelde houtopstand te compenseren; bebouwde kom: de bebouwde kom, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid van de Boswet; vellen: kappen, rooien en het verrichten van andere handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben, waarondercandelaberen – voorzover het voor de eerste keer gebeurt – alsmede verplanten; dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand; boomwaarde: de waarde van een houtopstand, bepaald volgens de Methode Raad of een door het college vastgestelde andere methode; iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostimaulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystisulmi (Buism.) C. Moreau); iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytusscolytus (F.) en Scolytusmultistriatus (Marsh) en Scolytus pymaeus; groenreserve: het meerjaren investeringsbudget voor investeringen in het openbaar groen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel