Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Absolute weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening gemeentegaranties Geldleningen 2015

Onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 Algemene wet bestuursrecht kan het college de garantie weigeren voor zover naar het oordeel van het college: de door middel van de garantie te financieren zaak of activiteit geen gemeentelijke publieke taak dient als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van deze verordening; de aanvrager van een rechtstreekse garantie aanspraak kan maken op een voorliggende voorziening zoals een waarborgfonds; de garantie niet noodzakelijk is of niet het geëigende middel is voor het verkrijgen van een geldlening door de aanvrager; de geldlening reeds aan de aanvrager is verstrekt voor het garantiebesluit, tenzij dit een herfinanciering betreft van een eerder door de gemeente gegarandeerde lening; geen verklaringen door de aanvrager zijn overgelegd van een geldverstrekker waaruit blijkt dat er geen geldlening aan de aanvrager wordt verstrekt zonder garantie; de aanvraag betrekking heeft op het verlenen van andere zekerheden door de gemeente dan die van de betaling van rente en aflossing van een geldlening voor zover de aanvrager in gebreke blijft; gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de aanvrager in strijd met de wet, het algemeen belang of de openbare orde handelt of zal handelen; de garantieverlening in strijd is met het (Europese) recht; de aanvrager niet aannemelijk kan maken de geldlening ten behoeve waarvan de garantie wordt verleend, nodig te hebben. Aanvrager zelf beschikt niet over de middelen om de kosten van de activiteit te dekken, noch een derde partij; de aanvrager niet beschikt over de benodigde vergunningen om de activiteiten te verrichten of investeringen te plegen waarvoor de garantie wordt aangevraagd; de aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt. Artikel 5, lid 1 sub e is niet van toepassing op woningbouwcorporaties.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel