Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Relatieve weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening gemeentegaranties Geldleningen 2015

Onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 Algemene wet bestuursrecht kan het college de garantie weigeren voor zover naar haar oordeel: er geen sprake is van continuïteit in het voortbestaan van de instelling gedurende de looptijd van de garantie; redelijkerwijs kan worden verwacht dat de doelstellingen die met de garantie worden nagestreefd, niet zullen worden bereikt; het risico voor de gemeente niet acceptabel is; er geen sprake is van ‘goed bestuur’ van de aanvrager; de aanvrager niet voldoet aan de voorwaarden en criteria voor garantieverlening die bij of krachtens deze verordening zijn vastgesteld; de liquiditeitspositie van de aanvrager niet toereikend is om de rente en aflossing van de geldlening gedurende de looptijd van de garantie te voldoen; garantie wordt aangevraagd omdat de kosten van garantstelling door de gemeente lager zijn dan de kosten van een garantstelling door andere instellingen; de garantstelling anderszins niet past in het gemeentelijk beleid; als woningbouwcorporaties niet voldoen aan de in artikel 1 lid 9 genoemde ratio’s en evenmin sprake is van voldoende zicht op herstel ervan in de eerste vijf jaren na de investering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel