In een garantie wordt geen afstand gedaan van de voorrechten die wettelijk aan een borg toekomen.
In een garantie worden geen bedingen opgenomen die de aansprakelijkheid van de gemeente verhogen of uitbreiden boven of naast de aan de geldleningovereenkomst verbonden betaling van rente en aflossing.
De rechtstreekse garantie wordt verleend tegen een door de geldnemer te betalen incidentele vergoeding. Deze vergoeding bedraagt een vaste vergoeding van € 500,- en een variabele vergoeding van 1,5% van de te verstrekken garantstelling met een maximum van € 25.000,- voor rechtstreekse garantieverzoeken. Voor tertiaire achtervang wordt geen vergoeding in rekening gebracht.
De garantie wordt verleend tegen de door de geldnemer ten behoeve van de gemeente te verstrekken (zakelijke) zekerheidsrechten.
De looptijd van de garantie is maximaal gelijk aan de technische levensduur van de objecten die de gemeente tot zekerheid strekken voor de verleende garantie waarop ook de lening is gebaseerd, tot een maximum van 30 jaar. Voor achtervang geldt geen maximum.
Indien de gemeente krachtens een garantie een betaling heeft verricht in de plaats van een in gebreke gebleven geldnemer, is de regresvordering van de gemeente in een eventueel faillissement van de geldnemer bevoorrecht op eventuele andere vorderingen die een geldverstrekker op de geldnemer heeft.
Artikel 7
Inhoud garantie en vergoeding garantstelling
Onderdeel van Verordening gemeentegaranties Geldleningen 2015