Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 2.4

Leerwerkcheque

Onderdeel van Beleidsregels re-integratie Den Haag 2015.

Het college kan aan de werkgever, die een jongere tot 27 jaar een leerwerkstage of leerbaan (in het kader van een beroepsbegeleidende leerweg) aanbiedt een leerwerkcheque verstrekken, als tegemoetkoming voor de (stage)vergoeding die de werkgever aan de jongere moet betalen. De doelgroep bestaat momenteel uit jongeren met een afgeronde opleiding op mbo 2-3 niveau die vanwege gebrek aan werkervaring geen werk kunnen vinden, leerlingen van het ROC Mondriaan die nog geen leerbaan hebben kunnen vinden en schoolverlaters van het praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs. In de hoogte van de vergoeding wordt onderscheid gemaakt in leeftijd. Voor jongeren van 18 tot 27 jaar bedraagt de vergoeding aan de werkgever 500 euro per maand. De werkgever betaalt de jongere maandelijks 600 euro netto (incl. vakantietoeslag) en draagt loonheffing en ZVW-premie af (bij elkaar kost het de werkgever circa 700 euro tegenover een vergoeding van 500 euro). Voor jongeren van 16/17 jaar bedraagt de vergoeding aan de werkgever 300 per maand. De jongere ontvangt dan 400 euro netto per maand (inclusief vakantietoeslag). De leerwerkcheque wordt verstrekt op basis van een leerwerkovereenkomst van zes maanden, of een beroepspraktijkovereenkomst van zes tot tien maanden. Hiermee kan worden aangesloten op de duur van het schooljaar. Een vergelijkbare voorziening die voor Haagse jongeren bestaat is de Startersbeurs. Deze voorziening is bedoeld voor hoger opgeleide jongeren met een diploma op minimaal mbo-4 niveau. Jongeren met alleen een havo- of vwo-diploma komen niet in aanmerking voor de leerwerkcheque of Startersbeurs. Van hen verwacht het college dat zij doorstuderen.

Rechtspraak bij dit artikel