Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1

Kader voor tegenprestatie, vrijwilligerswerk en mantelzorg

Onderdeel van Beleidsregels re-integratie Den Haag 2015.

1.. Het college bevordert vrijwilligerswerk voor uitkeringsgerechtigden die niet actief zijn met re-integratie. 2.. Het college legt de tegenprestatie alleen op aan uitkeringsgerechtigden die niet bereid zijn om mantelzorg te verlenen of maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten, zoals vrijwilligerswerk. 3.. Het college kan de tegenprestatie jaarlijks opleggen voor maximaal acht uur per week en voor een periode van maximaal zes maanden. 4.. Het college legt aan de uitkeringsgerechtigde die minimaal acht uur per week, gedurende minimaal zes maanden per jaar vrijwilligerswerk doet geen tegenprestatie op. 5.. Het college legt aan uitkeringsgerechtigde die minimaal acht uur per week, gedurende minimaal zes maanden per jaar mantelzorgtaken verrichten geen tegenprestatie op. 6.. In individuele gevallen kan het college vanwege persoonlijke omstandigheden de duur en omvang van de tegenprestatie of het vrijwilligerswerk of mantelzorg lager vaststellen. 7.. Het college legt de afspraken met de uitkeringsgerechtigde vast in een overeenkomst.

Rechtspraak bij dit artikel