**1..** Het college bevordert vrijwilligerswerk voor uitkeringsgerechtigden die niet actief zijn met re-integratie.
**2..** Het college legt de tegenprestatie alleen op aan uitkeringsgerechtigden die niet bereid zijn om mantelzorg te verlenen of maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten, zoals vrijwilligerswerk.
**3..** Het college kan de tegenprestatie jaarlijks opleggen voor maximaal acht uur per week en voor een periode van maximaal zes maanden.
**4..** Het college legt aan de uitkeringsgerechtigde die minimaal acht uur per week, gedurende minimaal zes maanden per jaar vrijwilligerswerk doet geen tegenprestatie op.
**5..** Het college legt aan uitkeringsgerechtigde die minimaal acht uur per week, gedurende minimaal zes maanden per jaar mantelzorgtaken verrichten geen tegenprestatie op.
**6..** In individuele gevallen kan het college vanwege persoonlijke omstandigheden de duur en omvang van de tegenprestatie of het vrijwilligerswerk of mantelzorg lager vaststellen.
**7..** Het college legt de afspraken met de uitkeringsgerechtigde vast in een overeenkomst.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1
Kader voor tegenprestatie, vrijwilligerswerk en mantelzorg
Onderdeel van Beleidsregels re-integratie Den Haag 2015.