Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Samenstelling gemeenschappelijk orgaan

Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING OPENBAAR PRIMAIR ONDERWIJS REGIO ALPHEN AAN DEN RIJN

De colleges van burgemeester en wethouders wijzen voor het gemeenschappelijk orgaan uit hun midden elk een lid en een plaatsvervangend lid aan. Deze aanwijzing geschiedt in de eerste vergadering na de vergadering waarin door de gemeenteraden de gemeenschappelijke regeling is ingesteld Een lid of plaatsvervangend lid dat ophoudt lid te zijn van het college houdt tevens op lid te zijn van het gemeenschappelijk orgaan. Een lid of plaatsvervangend lid van het gemeenschappelijk orgaan kan tussentijds ontslag nemen. De voorzitter van het gemeenschappelijk orgaan en het college dat hem heeft aangewezen, worden hiervan op de hoogte gesteld. Een lid dat ontslag neemt als bedoeld in lid 3 wordt opgevolgd door het plaatsvervangend lid. Indien een plaatsvervangend lid ingevolge het bepaalde in de vorige volzin toetreedt tot het gemeenschappelijk orgaan of ontslag neemt als bedoeld in lid 4, wordt zo spoedig mogelijk voorzien in de vacature. Het gemeenschappelijk orgaan kiest uit zijn midden een voorzitter en een secretaris. De voorzitter en de secretaris vertegenwoordigen het gemeenschappelijk orgaan in en buiten rechte en zijn belast met de voorbereiding en uitvoering van de besluiten van het gemeenschappelijk orgaan. Voor elk van beide functies kan het gemeenschappelijk orgaan uit zijn midden een plaatsvervanger aanwijzen.

Rechtspraak bij dit artikel