Deze regeling is bedoeld om inwoners met een inkomen tot 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm te stimuleren om deel te nemen aan sportieve, sociaal-culturele en educatieve activiteiten ter voorkoming van sociale uitsluiting, om participatie te bevorderen en meer bewegen te stimuleren. Uitgangspunt is dat de declaratie betrekking heeft op kosten voor deelname aan sportieve, sociaal-culturele en educatieve activiteiten, bij voorkeur in groeps- of verenigingsverband, waaronder het volgende wordt verstaan:
Sportieve activiteiten: lidmaatschap van een sportvereniging gericht op actieve sportbeoefening en indien van toepassing, de aanschaf van verplichte teamkleding, noodzakelijke sportattributen of andere noodzakelijke voorzieningen. Een zwembadabonnement behoort eveneens tot de mogelijkheden.
Sociaal-culturele activiteiten: (periodieke) kosten, lidmaatschap, abonnement of kortingspas ten behoeve van het bezoeken van of deelnemen aan sociale of culturele activiteiten en indien van toepassing, de aanschaf of huur van verplichte kleding, noodzakelijke muziekinstrumenten of andere noodzakelijke voorzieningen. Hierbij kan gedacht worden aan het lidmaatschap bibliotheek, lidmaatschap amateurkunst-of culturele vereniging, lidmaatschap hobbyclub, cursuskosten muzieklessen, theaterabonnement of losse kaartjes en museumjaarkaart.
Educatieve activiteiten: inschrijfkosten en lesgeld voor een niet voor de arbeidsinschakeling noodzakelijke cursus of opleiding, niet behorend tot het beroepsonderwijs of wetenschappelijk onderwijs.
Kosten die naar het oordeel van het college niet direct noodzakelijk zijn om inwoners te laten participeren of meer te laten bewegen komen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand.
Aan de volgende voorwaarden dient te worden voldaan:
De bijzondere bijstand wordt verstrekt voor kosten die naar het oordeel van het college tot doel hebben de belanghebbende te laten participeren in de samenleving en het meer bewegen stimuleren door deelname aan sportieve, sociaal-culturele activiteiten en educatieve activiteiten, bij voorkeur in groeps- of verenigingsverband
De kosten moeten aangetoond en geverifieerd kunnen worden.
Hoogte maximale vergoeding
De hoogte van de bijzondere bijstand bedraagt per kalenderjaar maximaal € 250,--. De bijzondere bijstand wordt toegerekend aan het kalenderjaar waarin de aanvraag is ingediend. De bijzondere bijstand wordt niet aangewend voor bijkomende schoolkosten voor schoolgaande kinderen in de leeftijd van 4 tot 18 jaar. Hiervoor geldt een aparte regeling.
Verplichting
Bij toekenningsbeschikking wordt de verplichting opgelegd om binnen 4 weken na toekenning bewijs te overleggen waaruit blijkt dat de bijzondere bijstand is aangewend voor het doel waarvoor het is verstrekt . Dit indien de kosten niet voorafgaand aangetoond en geverifieerd kunnen worden.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.4
Declaratieregeling Maatschappelijke Participatie
Onderdeel van Beleidsregels inkomensondersteuning Participatiewet Gemeente Zoeterwoude 2015