Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Verstrekken van persoonsgegevens

Onderdeel van Protocol WMO 2015

Voor zover noodzakelijk in verband met beoordeling van de behoefte aan en de ondersteuning van de cliënt kunnen de medewerkers van het WMO-loket persoonsgegevens van de cliënt delen met medewerkers van partners die bij de beoordeling van een verzoek om ondersteuning betrokken moeten worden. Indien dat in verband met de beoordeling van de behoefte aan en de ondersteuning van de cliënt noodzakelijk is, kunnen medewerkers van het WMO-loket persoonsgegevens van de cliënt delen met derden. De persoonsgegevens worden alleen gedeeld, nadat de betrokkene zijn toestemming heeft verleend voor het delen van zijn persoonsgegevens, tenzij dit bij of krachtens wet anders is bepaald. De toestemming genoemd in lid 3 blijft achterwege, indien de cliënt in een zeer ernstige situatie verkeert, waarbij deze dringend is aangewezen op behandeling, zorg, onderzoek of een andere interventie, waarbij het niet mogelijk is om de toestemming van de cliënt te verkrijgen. Alvorens er wordt overgegaan tot het verstrekken van persoonsgegevens van de cliënt genoemd in lid 3, vindt er indien mogelijk eerst overleg plaats met minimaal één andere medewerker of de coördinator van het WMO-loket. Van een verstrekking genoemd in lid 3, wordt een aantekening gemaakt in het bestand met een duidelijke omschrijving van welke persoonsgegevens het betreft, aan wie deze verstrekt worden en de overwegingen die tot het besluit om de persoonsgegevens te verstrekken hebben geleid. De hoeveelheid aan verstrekte persoonsgegevens van de cliënt dient te allen tijde in verhouding te zijn met de beoogde ondersteuning van de cliënt.

Rechtspraak bij dit artikel