**1..** Indien kinderopvang de primaire activiteit betreft:
- - het woon- en leefmilieu van de omgeving mag niet onevenredig worden aangetast;
- - de verkeersveiligheid mag (naar redelijke verwachting) niet onevenredig worden aangetast, met in het bijzonder mogelijke verkeersblokkades door het haal- en brengverkeer en/of onveilige (verkeers)situaties voor omwonenden/doorgaand verkeer;
- - de uitoefening van een kinderopvang mag er niet toe leiden dat er (naar verwachting) een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte ontstaat of gaat ontstaan;
- - de kinderopvang mag niet zijn gelegen in een doodlopende straat of in een woonstraat/woonerf met een doodlopend karakter.
- - de stedenbouwkundige/ruimtelijke structuur/samenhang van de omgeving mag niet onevenredig worden aangetast, waarbij onder andere nadrukkelijk rekening wordt gehouden met beschermde stadsgezichten en/of (nabijgelegen) mogelijk anderszins waardevolle panden;
- - de kinderopvang mag op een industrieterrein of een kantoorterrein worden gevestigd, mits de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan of beperkingen opleggen voor omliggende bedrijven en andersom;
- - de kinderopvang moet voldoen aan het meest recente gemeentelijke beleid voor de externe veiligheid;
- - dat aannemelijk is dat de Gemeentelijke Gezondheids Dienst (GGD) geen ruimtelijke bezwaren heeft tegen de huisvesting;
**2..** Indien kinderopvang ondergeschikt is aan het primaire gebruik:
- - voor zover er sprake is van een woonfunctie van het pand, dient deze behouden te blijven;
- - het ondergeschikte medegebruik van het pand en/of de daarbij behorende bijgebouwen dient beperkt te blijven tot een ruimte (of ruimten) met een maximum totale bruto-vloeroppervlakte van 25% van de bruto-vloeroppervlakte van het pand en de daarbij behorende – al dan niet aangebouwde bijgebouwen, met een maximum van 50 m²;
- - er dient een directe relatie te bestaan tussen de exploitant van de primaire activiteiten of bewoner en de ondergeschikte kinderopvang binnen hetzelfde pand en/of bijgebouwen;
- - de uitoefening kinderopvang mag (naar verwachting) geen ernstige hinder voor het woonmilieu opleveren of afbreuk doen aan de beleving van de woonomgeving;
- - de uitoefening van kinderopvang mag er niet toe leiden dat er (naar verwachting) een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte ontstaat;