Lid 1: Indien de belanghebbende met een of meer meerderjarige personen in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft, is de norm per kalendermaand voor de belanghebbende:
Hierbij staat:
• A voor het totaal aantal meerderjarige personen dat in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft; en
• B voor de rekennorm (zie artikel 22a lid 2 van de Participatiewet).
Lid 4: Tot de personen, bedoeld in het eerste lid, worden niet gerekend:
c.de persoon die op basis van een schriftelijke overeenkomst met een derde, waarbij een commerciële prijs is overeengekomen, als huurder, onderhuurder of kostganger in dezelfde woning als de belanghebbende zijn hoofdverblijf heeft, mits hij de overeenkomst heeft met dezelfde persoon als met wie de belanghebbende een schriftelijke overeenkomst heeft, waarbij een commerciële prijs is overeengekomen, als huurder, onderhuurder of kostganger.
Beleidsregel 4
Onder huurder, onderhuurder, kamerbewoner, kostganger, schriftelijke overeenkomst en commerciële (huur)prijs verstaat het college:
Huurder:
De persoon die zijn hoofdverblijf heeft in een door hem gehuurde woning, daaronder begrepen een woonwagen.
Onderhuurder:
De persoon die op basis van een schriftelijke overeenkomst met de belanghebbende een deel van de woning huurt, tenzij deze een bloed- of aanverwant in de eerste graad is van de belanghebbende of van diens partner.
Het betreft een rechtmatig verblijf. Dit betekent dat zowel de eigenaar als de hoofdhuurder schriftelijke toestemming dienen te hebben gegeven.
Kamerbewoner:
De persoon die een kamer huurt op commerciële basis, niet is een bloedverwant in de eerste of tweede graad van de hoofdbewoner en wiens woonsituatie voldoet aan het volgende vereisten:
Er is sprake van huur op contractbasis en;
Er is sprake van een commerciële relatie wat blijkt uit de aanwezigheid van een overeenkomst en betaling van een commerciële prijs en;
Het onder te huren deel van de woning is zelfstandig geschikt voor bewoning en;
De kamerbewoner staat ingeschreven in de basisadministratie van de gemeente op het onderhuuradres.
Kostganger:
De persoon die op commerciële basis inwoont, niet is een bloedverwant in de eerste en tweede graad en tevens bij de verhuurder de maaltijden gebruikt. De woonsituatie moet voldoen aan het volgende:
Er is sprake een vergoeding op contractbasis en;
Er is sprake van een commerciële relatie wat blijkt uit de aanwezigheid van een overeenkomst en betaling van een commerciële prijs en;
De woning is geschikt voor inwoning en er is toestemming verleend door de eigenaar van het pand en;
De kostganger staat ingeschreven in de basisadministratie van de gemeente op het onderhuuradres.
Schriftelijke commerciële overeenkomst en commerciële (huur)prijs:
Een schriftelijke overeenkomst (in combinatie met commerciële huur) als bedoeld in artikel 22a, lid 4 en 5 van de Participatiewet wordt als zodanig slechts aangemerkt indien de overeenkomst de volgende onderdelen bevat:
naam-, adres- en woonplaatsgegevens van beide partijen;
schriftelijke toestemming van de eigenaar van de woning/kamer;
de kamer, gemeubileerd of kaal, die wordt gehuurd;
aanduiding en omvang van de ruimte;
de ingangsdatum verhuur;
het overeengekomen bedrag;
de wijze van betaling;
de samenstelling van het overeengekomen bedrag;
de looptijd van de overeenkomst;
jaarlijkse indexering, huurverhoging.
Onverminderd de onderdelen van de overeenkomst genoemd in lid 1 geldt in het geval van kostgangers aanvullend:
dat in de overeenkomst dient te zijn opgenomen welke diensten in de overeenkomst zijn begrepen, zoals welke maaltijden, bewassing, schoonmaak;
dat in de overeenkomst dient te zijn opgenomen welke ruimten de kostganger mag gebruiken.
De diensten die in de overeenkomst zijn opgenomen bepalen mede de hoogte van de commerciële prijs. Het college hanteert voor iedere dienst die in de overeenkomst is opgenomen een bedrag van € 50,- bovenop de commercieële huurprijs zoals berekend in beleidsregel 3 lid 3 van deze beleidsregels.
Vaststelling commerciële (huur)prijs
Voor de bepaling van de minimale hoogte van een commerciële (huur)prijs voor een woning dan wel een kamer wordt aangesloten bij het bedrag van de normhuur genoemd in artikel 17 lid 2 van
de Wet op de huurtoeslag (hierna: Wht) aangevuld met de verhoging genoemd in artikel 16 van de Wht, afgerond op een hele euro naar boven.
Voor de bepaling van de minimale hoogte van een commerciële huurprijs voor een kostganger wordt uitgegaan van een percentage van 175% van het in lid 1 berekende bedrag, afgerond op een hele euro naar boven.
Bij het minimum-inkomensijkpunt wordt verwezen naar de normhuur genoemd in artikel 17 lid 2 en lid 3 van de Wht.
Het in het derde lid genoemde bedrag wordt met ingang van 1 januari van elk jaar gewijzigd overeenkomstig artikel 27 van de Wht.
De commerciële relatie wordt aangenomen te bestaan ten aanzien van de leefeenheid, niet ten aanzien van een individu.
Degene die een commerciële relatie heeft als huurder of kostganger, kan de kosten delen en daarom wordt de bijstand op grond van artikel 18 van de Participatiewet afgestemd.
Uitzonderingsbepaling: In beginsel wordt aangesloten bij hetgeen in de leden 1,2 en 3 is bepaald. Mocht het college besluiten dat er geen sprake is van een commerciële huurprijs dan ligt vervolgens de aantoonverplichting bij de belanghebbende om aan te tonen dat er in diens situatie alsnog sprake is van een commercieel huishouden met een commerciële huurprijs.
Beleidsregel 5
Een belanghebbende die met anderen zijn hoofdverblijf heeft in een woning is, gelet op het gestelde in artikel 4:2, lid 2 Awb, slechts gehouden inlichtingen en gegevens te verstrekken over zijn medebewoners ten aanzien van:
leeftijd (wel of niet jonger dan 21 jaar); en/of
studie (het wel of niet volgen van een studie dan wel deze beëindigen); en/of
huurrelatie met verhuurder (het wel of niet huren van een kamer of kamers jegens de verhuurder op basis van een commerciële prijs)voor zover belanghebbende hierover redelijkerwijs kan beschikken.
Belanghebbende is op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens niet gehouden om gegevens te verstrekken over leeftijd, studie en/of huurrelatie van derden die woonachtig zijn in een woning waar belanghebbende zelf zijn hoofdverblijf heeft, voor zover belanghebbende hiermee geen enkele rechtsbetrekking heeft. Hiervan is in ieder geval sprake indien belanghebbende zijn eigen verblijfsruimten niet heeft onderverhuurd dan wel feitelijk ter beschikking heeft gesteld aan een derde of derden.
Belanghebbende wordt geacht wel informatie te kunnen verstrekken over leeftijd, studie en/of huurrelatie van derden die woonachtig zijn in een woning waar belanghebbende zelf zijn hoofdverblijf heeft, voor zover deze derde(n) een eerste, tweede dan wel derde graads bloedverwant is van belanghebbende én belanghebbende zijn of haar kamer of kamers onderverhuurt dan wel feitelijk ter beschikking stelt aan deze derde(n).
Met deze derde in lid 3 van deze beleidsregel wordt gelijk gesteld aanverwanten dan wel anderen met wie belanghebbende in een zodanige nabije relatie staat dat, gelet op alle omstandigheden van het geval, belanghebbende geacht kan worden over de leeftijd, studie en/of huurrelatie van deze persoon dan wel personen, gegevens dan wel bescheiden te kunnen overleggen.
III. VERLAGEN
(Hoofdstuk 3 Algemene bijstand, par 3.3 Participatiewet)
Artikel 22a.
lid 1 en lid 4 onder c van Participatiewet
Onderdeel van Beleidsregels Rechtmatigheid Participatiewet Vught