Het college kan voor de belanghebbende die recent de deelname heeft beëindigd aan onderwijs of een beroepsopleiding, de norm gedurende zes maanden na het tijdstip van die beëindiging lager vaststellen, indien voor het onderwijs of de beroepsopleiding aanspraak bestond op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of op een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.
Beleidsregel7
De verlaging voor schoolverlaters, bedoeld in artikel 28 van de Participatiewet wet, bedraagt 20% van de gehuwdennorm van artikel 20, onderdeel c, van de wet gedurende 6 maanden, gerekend vanaf het tijdstip van de beëindiging van de aanspraak op studiefinanciering of tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten.
De verlaging zoals bedoeld in het eerste lid wordt gematigd op grond van artikel 18 lid 1 van de wet, voor zover de bijstandsnorm daardoor minder bedraagt dan het normbedrag voor levensonderhoud dat voor de schoolverlater gold in het kader van de studiefinanciering of tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten (art. 33, lid 2 Participatiewet).
IV MIDDELEN
(Hoofdstuk 3 Algemene bijstand, par. 3.4 Participatiewet)