**1..** Het college stelt de aard, omvang en duur van de tegenprestatie vast, op basis van maatwerk waarbij de individuele mogelijkheden en omstandigheden van de uitkeringsgerechtigde in acht worden genomen;
**2..** Daarnaast worden de beschikbare onbeloonde maatschappelijk nuttige activiteiten in de beoordeling door het college meegewogen;
**3..** Uitgangspunt is dat de uitkeringsgerechtigde in beginsel 4 uur per week werkzaamheden verricht in het kader van de tegenprestatie, tenzij er, naar het oordeel van het college, redenen zijn om dit aantal uren lager te bepalen;
**4..** Indien de uitkeringsgerechtigde slechts in beperkte mate activiteiten kan verrichten, worden specifieke afspraken gemaakt met betrekking tot de aard en de intensiteit van de tegenprestatie;
**5..** Indien elke activiteit onmogelijk is, dan ontheft het college de uitkeringsgerechtigde van de verplichting tot het verrichten van de tegenprestatie naar vermogen;
**6..** De duur van de verplichte tegenprestatie bedraagt in beginsel maximaal 15 weken per jaar. Vrijwilligerswerk kan ook over een langere periode worden verspreid maar is minimaal 60 uur per jaar;
**7..** Het opleggen van een tegenprestatie wordt middels een beschikking aan de uitkeringsgerechtigde medegedeeld.
Artikel 3.
Vaststelling tegenprestatie naar vermogen
Onderdeel van Beleidsregel tegenprestatie naar vermogen gemeente Noordoostpolder