Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Vaststelling tegenprestatie naar vermogen

Onderdeel van Beleidsregel tegenprestatie naar vermogen gemeente Noordoostpolder

1.. Het college stelt de aard, omvang en duur van de tegenprestatie vast, op basis van maatwerk waarbij de individuele mogelijkheden en omstandigheden van de uitkeringsgerechtigde in acht worden genomen; 2.. Daarnaast worden de beschikbare onbeloonde maatschappelijk nuttige activiteiten in de beoordeling door het college meegewogen; 3.. Uitgangspunt is dat de uitkeringsgerechtigde in beginsel 4 uur per week werkzaamheden verricht in het kader van de tegenprestatie, tenzij er, naar het oordeel van het college, redenen zijn om dit aantal uren lager te bepalen; 4.. Indien de uitkeringsgerechtigde slechts in beperkte mate activiteiten kan verrichten, worden specifieke afspraken gemaakt met betrekking tot de aard en de intensiteit van de tegenprestatie; 5.. Indien elke activiteit onmogelijk is, dan ontheft het college de uitkeringsgerechtigde van de verplichting tot het verrichten van de tegenprestatie naar vermogen; 6.. De duur van de verplichte tegenprestatie bedraagt in beginsel maximaal 15 weken per jaar. Vrijwilligerswerk kan ook over een langere periode worden verspreid maar is minimaal 60 uur per jaar; 7.. Het opleggen van een tegenprestatie wordt middels een beschikking aan de uitkeringsgerechtigde medegedeeld.

Rechtspraak bij dit artikel