Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Nadere bepalingen

Onderdeel van Beleidsregel tegenprestatie naar vermogen gemeente Noordoostpolder

1.. De uitkeringsgerechtigde krijgt zelf de gelegenheid binnen 20 werkdagen na het opleggen van de verplichting om een tegenprestatie te leveren bij een organisatie, instelling, club of vereniging een tegenprestatieplaats te zoeken; 2.. Bij onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden kan worden gedacht aan het leveren van een bijdrage aan het verbeteren van de leefbaarheid in wijk of straat en vrijwilligerswerk in het algemeen; 3.. Onder vrijwilligerswerk wordt onbetaald werk met een maatschappelijk of liefdadig doel zonder commerciële belangen verstaan; 4.. Het college kan de uitkeringsgerechtigde voorlichting geven over geschikte werkzaamheden; 5.. Indien de uitkeringsgerechtigde reeds onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden verricht, dan kunnen die op verzoek van de uitkeringsgerechtigde, indien aan de overige voorwaarden wordt voldaan, worden beschouwd als activiteiten in het kader van de tegenprestatie; 6.. Indien de uitkeringsgerechtigde noodzakelijke mantelzorg verleend voor tenminste 7 uur per week, wordt geen tegenprestatie opgelegd; 7.. Indien de uitkeringsgerechtigde een re-integratietraject volgt voor tenminste 12 uur per week of ten minste 20 uur per week werkt, wordt geen tegenprestatie opgelegd; 8.. Indien de uitkeringsgerechtigde is vrijgesteld van de arbeidsverplichtingen is er van rechtswege ook vrijstelling van de verplichting tot het leveren van een tegenprestatie; 9.. Wanneer de uitkeringsgerechtigde niet binnen 20 werkdagen nadat de verplichting is opgelegd zelf een tegenprestatieplaats heeft weten te verkrijgen, kan het college een geschikte tegenprestatie opleggen.

Rechtspraak bij dit artikel