Naar hoofdinhoud

Artikel 2

- Vergunningplicht kleinschalig kamperen (kampeervergunning);

Onderdeel van Verordening inzake het kamperen buiten reguliere kampeerterreinen, aan te duiden als de Kampeerverordening 2015

1.. Het is verboden zonder vergunning van het college een kleinschalig kampeerterrein te exploiteren. 2.. Het college verleent slechts een vergunning als bedoeld in het eerste lid indien: de aanvraag voldoet aan de criteria ten aanzien van kleinschalige kampeerterreinen zoals bepaald in het bestemmingsplan Buitengebied en de aanvrager beschikt over agrarisch bestemde grond, aansluitend aan het agrarisch bouwvlak, in eigendom of langjarige pacht en die hij als zodanig in gebruik heeft of laat gebruiken, en er sprake is van een goede landschappelijke inpassing die voldoet aan de in het bestemmingsplan Buitengebied vastgelegde eisen en in het geval geen sprake is van een rechtstreekse aansluiting op de openbare riolering, een bufferput is aangelegd met een capaciteit van tenminste 2 m³ en het aantal vergunde standplaatsen op kleinschalige kampeerterreinen binnen de gemeente na verlening van de vergunning niet meer dan 3.015 bedraagt en het aantal verleende vergunningen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, niet meer dan 171 bedraagt. 3.. Het college beslist op een aanvraag kampeervergunning binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. 4.. Indien in verband met de aanvraag tot uitbreiding een omgevingsvergunning is vereist, wordt de aanvraag ter verkrijging van een kampeervergunning aangehouden tot het moment dat de omgevingsvergunning is verleend, of, indien de omgevingsvergunning is geweigerd, binnen 6 weken na het weigeren van de omgevingsvergunning geen bezwaar of beroep is ingesteld dan wel, indien zodanig bezwaar of beroep wel is ingesteld, tegen het besluit tot weigering tevens een verzoek om voorlopige voorziening is ingesteld en dat verzoek is afgewezen. 5.. Het college kan de kampeervergunning onder voorwaarden verlenen. In dat geval wordt de kampeervergunning voor een bepaalde tijd verleend (tijdelijke kampeervergunning). Na afloop van de in de tijdelijke kampeervergunning opgenomen termijn vervalt deze van rechtswege. 6.. Indien een tijdelijke kampeervergunning is verleend, kan de aanvrager een verzoek indienen tot verkrijging van een kampeervergunning voor onbepaalde tijd. Als aan de voorwaarden verbonden aan de tijdelijke kampeervergunning is voldaan, verleent het college de kampeervergunning. Het derde lid van dit artikel is van overeenkomstige toepassing. 7.. Het college kan aan de kampeervergunning voorschriften en nadere eisen verbinden. 8.. De vergunning wordt op naam van de aanvrager gesteld. 9.. Indien de aanvrager tevens de bewoner is van de woning, welke volgens het bestemmingsplan Buitengebied aanwezig is op en behoort bij het agrarisch bouwvlak, oefent deze het dagelijks toezicht uit op het kleinschalig kampeerterrein. 10.. Indien de aanvrager niet tevens de bewoner is van de woning, welke volgens het bestemmingsplan Buitengebied aanwezig is op en behoort bij het agrarisch bouwvlak, vermeldt de kampeervergunning tevens de naam van de door de aanvrager aangestelde toezichthouder. 11.. Een toezichthouder als bedoeld in het tiende lid is bewoner van de woning, welke volgens het bestemmingsplan Buitengebied aanwezig is op en behoort bij het agrarisch bouwvlak.

Rechtspraak bij dit artikel