Naar hoofdinhoud

Artikel 3

– Kamperen op kleinschalige kampeerterreinen (minicampings).

Onderdeel van Verordening inzake het kamperen buiten reguliere kampeerterreinen, aan te duiden als de Kampeerverordening 2015

1.. Uitgezonderd vaste kampeermiddelen dienen alle kampeermiddelen buiten het kampeerseizoen van het kampeerterrein volledig te zijn verwijderd. 2.. Voor de oppervlakte van vaste kampeermiddelen geldt het maximum als opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied. 3.. De maximale hoogte van kampeermiddelen bedraagt 5,00 meter, tenzij aangetoond wordt dat in het kampeerseizoen 2012 op het desbetreffende kleinschalig kampeerterrein kampeermiddelen met een grotere hoogte zijn geplaatst en voor die plaatsing toestemming is verkregen van het college. 4.. Het aantal standplaatsen voor de plaatsing van vaste kampeermiddelen bedraagt ten hoogste 20% van het totaal aantal vergunde standplaatsen. Het aldus bepaalde aantal standplaatsen voor de plaatsing van vaste kampeermiddelen wordt naar beneden afgerond op een heel getal. 5.. Het vierde lid is niet van toepassing voor zover op grond van een voor inwerkingtreding van deze verordening verleende vergunning een hoger aantal standplaatsen voor de plaatsing van vaste kampeermiddelen is toegestaan. 6.. Op dezelfde standplaats mogen naast een kampeermiddel twee tenten worden geplaatst met een maximale oppervlakte van ieder 10 m².

Rechtspraak bij dit artikel