Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.5

Ontvankelijke klachten, Onderzoek en Horen

Onderdeel van Verordening op de behandeling van klachten gemeente Waalwijk 2003

De klachtencoördinator stelt de ontvankelijke klachten terstond ter hand van het college, de raad en individuele leden daarvan, voor zover de klacht of hen betrekking heeft. Het college, de raad of de burgemeester stelt de klager en degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft in de gelegenheid te worden gehoord en op elkaars stand-punt te reageren, alsmede om hun standpunt schriftelijk toe te lichten. Van het horen van de klager kan worden afgezien indien de klacht kennelijk ongegrond is dan wel klager heeft verklaard van dat recht geen gebruik te willen maken. Het horen geschiedt door één of meer leden van het college of de raad, dan wel de burgemeester, al naar gelang het bestuursorgaan waarop de klacht betrekking heeft. Het college, de raad of de burgemeester kan, indien zulks ter beoordeling van een klacht noodzakelijk wordt geacht, ook anderen in de gelegenheid stellen kennis te nemen van de klacht en daaromtrent een oordeel te geven. In het geval het een sectordirecteur betreft kan dit zijn de secretaris/algemeen directeur. In het geval waar het een afdelingschef betreft kan dit zijn de sectordirecteur. Waar de klacht een ambtenaar of een (tijdelijk) medewerker betreft kan dit zijn de betreffende afdelings-chef. Het horen van de betrokkenen vindt in beslotenheid plaats. Van de procedure van hoor en wederhoor wordt een verslag gemaakt.

Rechtspraak bij dit artikel