De klachtencoördinator stelt de ontvankelijke klachten terstond
ter hand van het college, de raad en individuele leden daarvan,
voor zover de klacht of hen betrekking heeft.
Het college, de raad of de burgemeester stelt de klager en
degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft in de
gelegenheid te worden gehoord en op elkaars stand-punt te
reageren, alsmede om hun standpunt schriftelijk toe te
lichten.
Van het horen van de klager kan worden afgezien indien de klacht
kennelijk ongegrond is dan wel klager heeft verklaard van dat
recht geen gebruik te willen maken.
Het horen geschiedt door één of meer leden van het college of de
raad, dan wel de burgemeester, al naar gelang het bestuursorgaan
waarop de klacht betrekking heeft.
Het college, de raad of de burgemeester kan, indien zulks ter
beoordeling van een klacht noodzakelijk wordt geacht, ook
anderen in de gelegenheid stellen kennis te nemen van de klacht
en daaromtrent een oordeel te geven. In het geval het een
sectordirecteur betreft kan dit zijn de secretaris/algemeen
directeur. In het geval waar het een afdelingschef betreft kan
dit zijn de sectordirecteur. Waar de klacht een ambtenaar of een
(tijdelijk) medewerker betreft kan dit zijn de betreffende
afdelings-chef.
Het horen van de betrokkenen vindt in beslotenheid plaats.
Van de procedure van hoor en wederhoor wordt een verslag
gemaakt.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.5
Ontvankelijke klachten, Onderzoek en Horen
Onderdeel van Verordening op de behandeling van klachten gemeente Waalwijk 2003