• - De inkomsten uit commerciële verhuur, zoals bedoeld in artikel 33 vierde lid van de wet, worden op de uitkering in mindering gebracht.
  • - Als commerciële huurprijs geldt dat deze voor kale huur minimaal 20% van de gehuwdennorm moet bedragen en 30% van de gehuwdennorm, als het gaat om all-in huur.
  • - Van deze inkomsten wordt een bedrag vrijgelaten. Dit bedrag wordt vastgesteld overeenkomstig de berekening van het Vrij Te Laten Bedrag (VLTB) in hoofdstuk 4.9 van de Recofa-richtlijnen en wordt afgerond op € 5,-.
  • - Als inkomsten uit het houden van een of meer kostgangers geldt dat deze minimaal 40% van de gehuwdennorm moet bedragen.
  • - Van de in lid 4 bedoelde inkomsten wordt een bedrag vrijgelaten. Dit bedrag wordt vastgesteld overeenkomstig de berekening van het Vrij Te Laten Bedrag (VLTB) in hoofdstuk 4.9 van de Recofa-richtlijnen en wordt afgerond op € 5,-.
  • - Het bedrag dat wordt vrijgelaten wordt jaarlijks opnieuw berekend. De grondslag van de berekening vloeit voort uit hoofdstuk 4.9 van de Recofa-richtlijnen Vrij Te Laten Bedrag (VTLB) met een afronding van € 5,00 naar boven.