Voor het verlenen van een huisvestingsvergunning kunnen
burgemeester en wethouders een woningzoekende urgent
verklaren, waarbij de volgende voorwaarden alle van
toepassing zijn:
de woningzoekende is ingezetene en
de woningzoekende beschikt over zelfstandige
woonruimte in de woningmarktregio en
er is sprake van een bijzondere persoonlijke
noodsituatie en
de noodsituatie is ontstaan buiten eigen schuld en
was door de woningzoekende niet te voorzien en
de woningzoekende kan aantonen eerst zelf naar een
oplossing te hebben gezocht en
een verhuizing binnen zes maanden is noodzakelijk
en
de woningzoekende is aantoonbaar niet in staat om
zelf binnen zes maanden voor passende huisvesting te
zorgen en
het inkomen is niet hoger dan het in artikel 2.2.3
lid 3 opgenomen inkomen van het huishouden.
De in het vorige lid gestelde voorwaarden:
zijn niet van toepassing voor urgentie op grond van
maatschappelijke indicatie, indicatie statushouders
en gedupeerden aanbodsysteem.
lid 1e. tot en met 1h. zijn niet van toepassing voor
urgentie op grond van een volkshuisvestelijke
indicatie.
lid 1a. en 1b. zijn niet van toepassing voor
urgentie op grond van een mantelzorgindicatie,
waarbij de aanvrager van een mantelzorgindicatie wel
beschikt over zelfstandige woonruimte.
Er zijn de volgende indicatiegronden voor urgentie:
Sociale indicatie
Dreigende dakloosheid buiten eigen schuld of
toedoen
Relatiebeëindiging
Financiële omstandigheden
Medische indicatie
Mantelzorgindicatie
Volkshuisvestelijke indicatie
Maatschappelijke indicatie
Huiselijke geweld
Uitstroom hulp- en
dienstverleningsinstelling
Statushouders
Gedupeerden aanbodsysteem
Een urgentie wordt verleend onder de navolgende
genoemde bepalingen:
A.
Sociale indicatie
Sociaal geïndiceerden zijn ingezetenen van de woningmarktregio die
in verband met sociale problemen in combinatie met omstandigheden in
de huidige in de woningmarktregio gelegen woning dringend op korte
termijn een andere woning nodig hebben. Alleen onder de navolgende
genoemde omstandigheden wordt een sociale indicatie verleend:
Dreigende dakloosheid buiten eigen schuld of
toedoen
Degenen die buiten eigen schuld of toedoen hun
woonruimte moeten verlaten kunnen uitsluitend in de volgende
gevallen in aanmerking komen voor urgentie:
het onvoorzienbaar moeten verlaten van een echte
dienstwoning, voor zover de werkgever de werknemer
tot vrije oplevering heeft gedwongen of
het verlaten van woonruimte ten gevolge van een
gerechtelijk (niet zijnde echtscheidings-) vonnis,
voor zover dit niet door de betrokkene voorkomen had
kunnen worden of
een calamiteit zoals brand of overstroming.
Het verzoek om sociale indicatie voor urgentie moet uiterlijk binnen
een maand na het ontstaan van de dakloosheid buiten eigen schuld of
toedoen worden gedaan.
Relatiebeëindiging
In geval van relatiebeëindiging, waaronder begrepen:
echtscheiding, verbreking geregistreerd partnerschap,
verbreking samenlevingscontract en beëindiging samenwoning
zonder overeenkomst wordt slechts urgentie verleend,
wanneer:
de partners gedurende minimaal twee aaneengesloten
jaren samen op één adres wo(o)n(d)en en tot minimaal
drie maanden voor de aanvraagdatum werd
samengewoond; en
er minimaal één minderjarig kind in het geding is;
en
geen van de partners door middel van overname van de
huurovereenkomst of de hypotheek, dan wel op andere
wijze in de woningbehoefte kan of had kunnen
voorzien
Wordt aan deze voorwaarden voldaan dan wordt één urgentie toegekend
en wel aan de partner die voor meer dan de helft de zorg voor het/de
minderjarig(e) kind(eren) draagt. Wordt de zorg gelijk verdeeld dan
wordt de urgentie toegekend aan de partner met het laagste inkomen,
tenzij de partners in overeenstemming met elkaar voor toekenning aan
de andere partner kiezen.
Een urgentieaanvraag op grond van relatieverbreking kan worden
ingediend:
bij echtscheiding door een verzoek tot echtscheiding of
uitspraak voorlopige voorzieningen, maar uiterlijk drie
maanden nadat de rechter de echtscheiding uitsprak;
bij een geregistreerd partnerschap op het moment dat
partnerschap wordt beëindigd maar uiterlijk drie maanden
daarna;
bij een samenlevingscontract op het moment dat de ene partij
het contract conform het daarin bepaalde opzegde, doch
uiterlijk drie maanden daarna of
bij een samenleving zonder contract op het moment dat de ene
partij de ander door middel van een aangetekende brief
kenbaar maakte de samenleving te willen beëindigen.
Bij het ontbreken van de in dit lid bepaalde documenten kan de
aanvraag worden ingediend zodra, doch uiterlijk binnen drie maanden
nadat de samenwoning daadwerkelijk heeft opgehouden te bestaan en
dit ook door middel van het overleggen van een uittreksel van het
gemeentelijke BRP (Basisregistratie Personen).
Financiële omstandigheden
Ingezetenen, die de zorg voor minderjarige kinderen
hebben en bij wie de kinderen geregistreerd staan, die
buiten eigen schuld financieel in zodanige problemen zijn
geraakt dat zij de woonlasten niet meer op kunnen brengen,
kunnen uitsluitend in aanmerking komen voor urgentie indien
de betrokkene daadwerkelijk in aanmerking komt voor een
uitkering uit een gemeentelijke regeling, dan wel een
vergelijkbare gemeentelijke regeling, met daaraan verbonden
de voorwaarde om te zien naar goedkopere woonruimte. De
financiële problemen mogen niet direct het gevolg zijn van
relatiebeëindiging.
B.
Medische indicatie
Ingezetenen, die in een om medische redenen
(fysiek/psychisch) onhoudbare woonsituatie verkeren en om
die reden een indicatie voor andere woonruimte hebben
ontvangen, kunnen in aanmerking komen voor urgentie.
Datzelfde geldt voor ingezetenen die te maken hebben met een
als gevolg van de woonsituatie zeer progressief
ziektebeeld.
Indien in het kader van de Wet maatschappelijke
ondersteuning (Wmo) verhuizing wordt aanbevolen in verband
met ergonomische beperkingen door ernstige fysieke
belemmeringen, kan aan ingezetenen urgentie worden verleend,
mits verhuizen naar oordeel van burgemeester en wethouders
spoedeisend is en de goedkoopste adequate voorziening
is.
C.
Mantelzorgindicatie
Burgemeester en wethouders kunnen een urgentie verlenen aan
mantelzorgverleners of mantelzorgontvangers. Hierbij zijn de
volgende voorwaarden alle van toepassing:
burgemeester en wethouders bepalen de zorgvraag en
dat de zorgvraag kan worden beantwoord met
mantelzorg;
degenen die mantelzorg verleent / ontvangt dient
ingeschreven te staan als woningzoekende;
degenen die mantelzorg verleent / ontvangt heeft in
de huidige woonsituatie geen huurschulden en heeft
geen overlast veroorzaakt;
de reisafstand tussen mantelzorg en
mantelzorgontvanger is meer dan vijf kilometer en
wordt na verhuizing minder dan vijf kilometer,
gemeten volgens de kortst mogelijke route;
er is sprake van langdurige zorg, dat wil zeggen dat
de mantelzorg voor minimaal acht uur per week is,
verdeeld over minimaal vier dagen per week en naar
verwachting nog enkele jaren wordt verstrekt en
per mantelzorgsituatie wordt eenmalig één urgentie
afgegeven.
Overige bepalingen:
de urgentie wordt uitsluitend verstrekt bij een
positief advies van een door burgemeester en
wethouders aan te wijzen instantie uit de huidige
woongemeente van de mantelzorgontvanger en
burgemeester en wethouders kunnen een afwegingskader
opstellen voor de beoordeling.
D.
Volkshuisvestelijke indicatie
Huurders en eigenaar-bewoners van woonruimte in de
woningmarktregio die in het belang van de volkshuisvesting
of ter uitvoering van openbare werken in het algemeen
belang, gesloopt of ingrijpend verbeterd moeten worden,
kunnen in aanmerking komen voor urgentie. Burgemeester en
wethouders bepalen wanneer de urgentie wordt afgegeven.
Burgemeester en wethouders kunnen bij afgifte van de
urgentie als hierboven bedoeld bepalen dat betrokken
bewoners na voltooiing van de werken eenmalig een vooraf te
bepalen passend aanbod krijgen tot terugkeer in het
ingrijpend verbeterde of nieuwgebouwde complex.
E.Maatschappelijke
indicatie
Woningzoekenden die dringend woonruimte nodig hebben omdat
zij verblijven in een van gemeentewege erkend opvangtehuis
in de woningmarktregio of uit een van gemeentewege erkende
hulp- en dienstverleningsinstellingen in de
woningmarktregio, over wie met betrekking tot de
doorstroming naar zelfstandige woonruimte in regionaal of
lokaal verband afspraken zijn gemaakt, kunnen in aanmerking
komen voor een urgentie. Onder deze cliënten worden in ieder
geval verstaan vrouwen die vanwege huiselijk geweld
tijdelijk zijn opgenomen in een “Blijf van mijn lijf” huis.
De gemeente en/of de woningmarktregio maakt afspraken met
instellingen over een jaarlijks contingent voordrachten voor
doorstroming. De afspraken maken onderdeel uit van de
huisvestingsverordening.
F.
Indicatie
statushouders
indicatie
Op grond van de landelijke taakstelling van het Ministerie van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties huisvest de gemeente
statushouders. Toewijzing vindt plaats door middel van bemiddeling.
G.Indicatie
gedupeerden
aanbodsysteem
Burgemeester en wethouders kunnen een woningzoekende de indicatie
gedupeerden aanbodsysteem toekennen. Voorwaarde bij deze indicatie
is een positief advies van de regionale klachtencommissie.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.5
Artikel 2.5.1
Urgent woningzoekenden
Onderdeel van Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2015, Gemeente Montfoort