Naar hoofdinhoud
1.. Het mandaat als bedoeld in artikel 1, lid 5 en lid 6, wordt verleend aan de bij de nadere regeling aangewezen personen; 2.. Bij afwezigheid van een gemandateerde mag de aan deze gemandateerde bevoegdheid worden uitgeoefend door hun plaatsvervangers.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel